Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Thomas Campi & Vincent Zabus – Magritte, een surrealistische kroniek

De beroemde wolken van Magritte sieren het omslag van de surrealistische kroniek rond de invloedrijke kunstenaar. Het verhaal gaat over de onwetende Charles Singulier die op een dag een bolhoed koopt die van Magritte blijkt te zijn geweest. Het is de aanzet naar een verhaal dat zich ontvouwt als een onwerkelijke opdracht om Magritte te doorgronden. De arme Charles krijgt namelijk de hoed niet meer van zijn hoofd.

Aan de hand van historische feiten en het veelzijdige werk van de rebelse Magritte gaat Charles op weg door een wereld van dubbele deuren, vreemde ontmoetingen en perspectivische onjuistheden, op zoek naar een manier om de opdracht op te lossen of te ontrafelen. Geen kleinigheid, want heel veel houvast heeft hij niet. Sterker, hij heeft geen idee. Maar is dat in de wereld van Magritte niet juist een voordeel?

Samen met een mevrouw van het museum – heet zij Georgette, zoals de vrouw van Magritte? Hij komt het niet te weten – en zijn officiële biograaf reist Charles door het leven van de surrealist. Hij spreekt met schilderijen en is er later een onderdeel van, maar nergens gaat het verhaal zelf verloren in de chaos: daarvoor is het gegeven van de opdracht en de zoektocht te sterk.
Het tekenwerk van Thomas Campi is vreemd genoeg en past daarmee naadloos. Als je je overgeeft aan de gekte van Magritte, en dat valt uiteindelijke best mee, dan is het een prachtverhaal met een betoverend slotstuk.

Deze recensie verscheen eerder in Stripschrift 450.

Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Enzo Smits en Ward Zwart – Wolven

Wolven, het samenwerkingdebuut van scenarist Enzo Smits en tekenaar Ward Zwart, is waarachtig een bijzondere leeservaring. Het boek is opgedeeld in drie verhaallijnen rond een groepje verloren jongeren en beschrijft feitelijk het alledaagse Hazenberg, een ruraal stadje dat haar glans een aantal jaren achter zich heeft gelaten. Het is de entourage van een coming of age-film, en de verwijzingen naar dat genre zit overal in het album verstopt, tot en met de Gummo-poster in de jongenskamer: Wolven is minstens zo beklemmend als die film van Larry Clark en de overeenkomsten zijn frappant.

Hoewel Wolven zich afspeelt in Hazenberg, zien we Amerikaanse schoolbussen, laagbouw en winkelpuien. De skater-cultuur is niet ver. Een van de jongens, Kip, valt met zijn skateboard en komt hard op zijn hoofd terecht. Het levert fraaie, filmische waanbeelden op, die naadloos in de omgeving van zijn leven passen.
Er zijn nauwelijks grenzen; het echte, de waarheid, de buitenwereld, alles komt verwrongen binnen. De zoektocht naar een mysterieus wezen in het bos, de drop-out in de cafetaria, de lamgeslagen moeder op de bank en de complotdenker op straat: alleen met hen mag de lezer het stellen. Geen gezag, geen liefde, geen baken.

Het sinistere wordt sterker vanwege de vorm van de uitgave: weinig tekst, veel beeld en blauwgrijs tekenwerk op dun papier. Het tempo van de lezer bepaalt de intensiteit van het verhaal. Neem je de tijd dan gaat Wolven onder je huid zitten, waar het hoort. Een bijzondere prestatie en in zijn genre een hoogtepunt: verplichte kost voor de nieuwe generatie striptekenaars.

Blader hier alvast door het boek, voordat je naar de stripspeciaalzaak gaat om het aan te schaffen.

Deze recensie schreef ik voor Stripschrift 450.

 

Strips & comics, Zone 5300

Comics Krenten, aflevering 4

In ieder nummer van Zone 5300 bespreek ik onlangs verschenen comics, die zeer de moeite waard zijn, onder het motto “Honderden comics per maand en Zone 5300 wijst de weg”. Dit is de aflevering van het winternummer dat nu in de winkels ligt.

Batman ’66 is een te gekke cheesy reeks ouderwetse Batman-verhalen, met klassieke verhaallijnen, gedateerde elektronica en boeven die nog echte schurken zijn. De serie begon in 2013 als een gewone comic-reeks en heeft sindsdien een aantal leuke ‘samenwerkingen’ opgeleverd. Batman ’66 Meets heten deze series, waarin Batman en Robin samen met iconische tijdgenoten de wereld redden van een ondergang.

The Green Hornet haakte een keer aan, Steed en Mrs Peel, en tot nu toe de leukste: The Man from U.N.C.L.E., vooral bekend van de gelijknamige televisieserie. Het viertal krijgt te maken met de schurken van T.H.R.U.S.H., een taaie club vileine rakkers die uiteraard uit is op wereldheerschappij. T.H.R.U.S.H. is de creme de la crap van de onderwereld, onder leiding van übervillainette Olga. Via allerlei ingenieuze omwegen, spionagetruukjes uit de oude doos en een hoop flair en denkkracht lukt het om haar te ontmaskeren. Het verhaal, het kleurgebruik en de tekeningen ademen onmiskenbaar de jaren zestig. Heerlijk leesvoer. Nieuwe loot aan de stam: Meets Wonder Woman ’77. Nu al een feestje.

Comics uit de steampunk-hoek zijn vaak eye-candy met zwakke verhaallijnen. Lady Mechanika van Joe Benitez is een aangename uitzondering. Het driedelige La dama de la Muerte speelt in Mexico, waar Lady neerstrijkt na het verlies van haar maatje Dallas. Het dorpje waar ze belandt maakt zich op voor het feest van de doden, met facepaints, folklore en andere vreemde gewoontes.

Ze komt er al snel achter dat er iets loos is: de dorpelingen worden afgeperst door een groep geesten te paard, die bovendien kinderen ontvoert. Een zaakje voor Lady Mechanika, die dan wel geen hart heeft, maar wel gevoel. De ontknoping is zo bloederig, dat je je afvraagt wie Lady een dienst heeft bewezen. In ieder geval zijn de geestenruiters uit de weg geruimd, dus de dorpelingen kunnen opgelucht ademhalen. Als die er nog zouden zijn.

Fans van het werk van Mignola kunnen alvast warm lopen voor de TPB van Rise of the Black Flame. Het verhaal van 5 delen speelt in het Siam van een eeuw geleden en gaat over de Cult of the Black Flame, een sinister groepje dat wordt verdacht van ontvoeringen en sacrale offerandes.

Weer waanzinnig mooi getekend én ingekleurd, met veel gevoel voor de tijdsgeest, en een verhaal dat ons naar de jungle brengt, naar oude tempels en een koortsachtige dromenwereld, waaraan het nauwelijks ontsnappen is. Prettiger heb ik het niet gelezen de afgelopen tijd, en ook uitermate geschikt voor lezers die nu eindelijk het universum van Mignola (Hellboy, the B.P.R.D., Baltimore) willen ontdekken.

Parker & Hahn, Qualano en Kesel – Batman ’66 meetst the Man From U.N.C.L.E. (TPB, 18,95) DC

Benitez & Chan – Lady Mechanika – La dama de la Muerte (3 delen, $8,95, TPB nog niet aangekondigd) Benitez Productions

Mitten & Mignola – Rise of the black flame (5 delen, $3,99, TPB tweede kwartaal 2017) Dark Horse

Strips & comics

Gelezen: Jan Truyens – Over God, z’n broer en andere fijne vleeswaren

Jan Truyens heeft genoten, dat kun je zien. Het spat en straalt. Het is fors. Meeslepend. Zijn bijzondere Over God, z’n broer en andere fijne vleeswaren is bij lange geen traditioneel stripalbum, maar een grootse kijktocht, een wandeling door pagina’s als een geïllustreerde serie kijkplaten met tekstblokken. We kunnen het gerust een ervaring noemen; een boekhandelaar zou het bij de artbooks kunnen neerleggen.

Truyens vertelt het verhaal over de oude Anton die zijn aardse bestaan verruilt voor het hiernamaals, excuus daarnamaals. De menselijke reflex om aan de andere zijde de verloren geliefde tegen te komen, geldt ook hier: Anton hoopt op een weerzien met zijn Betty. Uiteraard weet de oude man niet wat hem te wachten staat, net zomin als de lezer enige notie heeft van wat er gebeurt. Dat maakt het omslaan van de grote pagina’s een bevredigende zaak: meer nog dan je denkt ‘vertel het’ denk je ‘laat het me zien’. Dat is de volgorde die Truyens in zijn werk heeft gelegd, en met verve.

Er zijn pagina’s en sferen die doen denken aan Peter Kuper, Martin tom Dieck en Tim Burton; sommige figuren zijn getekend in een cartooneske reclamestijl, decors zijn nabewerkte 3d collages met foto’s en Chuck Norris – ja, die is gewoon zichzelf.

Het verhaal gaat alle kanten op en lijkt af en toe een vehikel voor Truyens om lekker zijn gang te gaan. Verwacht geen spanning als van een pageturner, daar is het te absurdistisch en te beeldend voor, maar de lezer wordt beloond als die zich openstelt voor het visueel overweldigende universum waarin Anton ronddwarrelt.

Truyens kreeg zijn groteske uitgave niet gemakkelijk van de grond en besloot het crowdfunding-model in te zetten. Met succes. Een deel van de overgebleven, genummerde exemplaren (naar het schijnt iets meer dan 200 op een totaal van 490 stuks) worden nu via de stripspeciaalzaken verspreid.

Deze recensie verscheen eerder in Zone 5300 nummer 114.

Strips & comics

Gelezen: Cosey – A mysterious melody (Walt Disney)

Een van de leuke kleine exposities in Angoulême was die van een vijftal tekenaars dat zich de afgelopen tijd aan een oorspronkelijk verhaal uit de Disney-stal had gewaagd. Onder de titel ‘De nieuwe gezichten van Mickey Mouse’ was origineel werk te zien van Tébo, Loisel, Keramidas en Trondheim, en Cosey, uit verhalen die afgelopen jaar verschenen bij uitgeverij Glénat. In het Frans welteverstaan.

Het boek van Cosey verscheen ook in het Engels, bij IDW, evenals dat van Keramidas en Trondheim, dus voor de minder francofone lezer zijn in ieder geval die twee delen te lezen. Het album van Tébo won overigens de Prix Jeunesse 2017, en afgaande op het tekenwerk kan ik me dat goed voorstellen: zo grappig zag je Mickey niet eerder. Alsof hij van bubbelgum is.

Het tekenen van strips door anderen is niet nieuw: Robbedoes is met Hanco Kolk al aan zijn twaalfde tekenaar toe en vorig jaar mocht een groepje tekenaars zich op een Suske en Wiske-verhaal storten. Maar Disney, en in dit geval Mickey Mouse, is toch andere koek.

Het verhaal van Cosey is leuk, maar wel erg traag, een beetje zoals die van Floyd Gottfredson, de tekenaar die vroeger de meeste verhalen rond Mickey maakte. Toch is het trage tempo niet erg, omdat het je de gelegenheid geeft het mooie tekenwerk van Cosey te genieten. Want dat blijft grappig: het is toch alsof ieder moment Jonathan op zijn skies van de berg kan komen suizen.
In A mysterious melody is Mickey scriptschrijver die tijdens een treinreis wordt beroofd van een origineel manuscript van Shakespeare, dat Goofy hem had meegegeven. De dievegge is een mysterieuze mevrouw, met witte handschoentjes en muiltjes zoals we die kennen van Minnie Mouse. Afijn, na alle speurwerk en omwegen ontmoet Mickey de dame in kwestie en valt als een blok voor haar. En zij voor hem. De ondertitel van het boek is niet voor niets How Mickey met Minnie.

De boeken zijn een succes in Frankrijk en dat snap ik wel. Het is vriendelijk en vertrouwd, en de typische tekenstijlen van anderen geven de wereld van Disney een frisse aanblik. In het geval van Cosey is het kleurgebruik heel treffend en voelt het decor prima aan: het huisje van Mickey is zo anders, maar toch typisch genoeg. Zelfs de pipowagen van Minnie past in het verhaal.

Inmiddels zijn de Fransen al op zoek naar nieuwe tekenaars om de serie uit te breiden. Ik vermoed dat de boeken niet in het Nederlands zullen verschijnen, omdat de Nederlandstalige Disney-markt in handen is van Sanoma: risicoloze marketeers met een voorliefde voor thema-pockets en Donald-dekbedovertrekken, die bovendien niets hebben met Mickey. De delen uit de Mickey Mysterie-pocketreeks die vorig jaar verschenen waren een verademing met spannende verhalen en tof tekenwerk, maar al na twee delen ging de stekker eruit.
We branden een kaarsje in de hoop dat Ballon Media, die de Nederlandse uitgeeftaken van Glénat beheert, ons dit jaar met goed nieuws kan verblijden.

Strips & comics

Gelezen: Sonny Liew – The art of Charlie Chan Hock Chye

Dit is zo’n boek dat je gemakkelijk op het verkeerde been zet. The art of Charlie Chan Hock Chye ziet eruit als een artbook of een anthologie, maar is in feite een geschiedschrijving van Singapore in de vorm van een fictieve biografie: die van Chan Hock Chye, een tekenaar die we volgen in zijn vijftig jaar lange carrière, die net na de Tweede Wereldoorlog begon.

Het verhaal wordt verteld aan de hand van Chan Hock Chye’s politiek getinte strips, die in het album in hun tijd worden geplaatst. Het mooie is dat de strips getekend zijn in de kenmerkende stijlen van die tijd: van Tezuka-achtige manga tot precies nagemaakte MAD-pagina’s en een prachtige Pogo-persiflage. Sonny Liew gaat tot het uiterste om de pagina’s zo authentiek mogelijk na te maken, door zogenaamd originele ingescande pagina’s te gebruiken, met oude rasters, ezelsoren en vergeeld papier. Ook staan er steeds keurig bronvermeldingen bij, die het geheel nog echter maken.

Het kan geen kwaad van tevoren een paar minuten door Wikipedia te scrollen, voor een geschiedkundig overzicht van Singapore, dat gaat van de Britse invloedssfeer naar de onafhankelijkheid en het kortstondige samengaan met Maleisië.

Het verhaal is politiek en Sonny Liew is niet zachtzinnig. Achteraf gezien een gouden greep: In 2014 trok het National Arts Council van Singapore de werkbeurs van Sonny Liew in omdat ze het niet eens was met de toon en teneur van zijn verhaal. Dat zou veel te kritisch zijn voor het tere stadstaatje (lees: de overheid) en daar zijn beurzen nu eenmaal niet voor bedoeld. Het zorgde er stante pede voor dat het boek werd opgemerkt in de Verenigde Staten en van het een kwam het ander: het werd een instant bestseller en ontving een handvol prestigieuze awards.

Los van het geschiedenisverhaal – ik weet nu meer van Singapore dan van Limburg om maar wat te noemen – is The art of Charlie Chan Hock Chye vooral een mooie collectie short stories over politieke spelletjes, Aziatische mores, werkethiek en de ontwikkeling van strips.
Ik viel voor de mooie vormgeving, maar het boek komt pas tot volle glorie als je je in de geschiedenis van Singapore stort. Het is soms pittige kost en het duurt even voordat je alle verwijzingen en ironie naar waarde kan beoordelen, maar je wordt beloond.

Strips & comics

Gelezen: Will Eisner – The Centennial Celebration 1917 – 2017

Het Musée de la Bande Dessinée in Angoulême pakt ieder jaar flink uit tijdens het grootste stripfestival van Europa, dat onlangs plaatsvond van 26 tot 29 januari.

Vorig jaar was er de bekroonde expositie met het werk van Morris en dit jaar was het de beurt aan Will Eisner, vanwege zijn honderdste geboortedag. Mensen die mijn boekenkast kennen weten dat ik de auteur van Een contract met God, Dropsie Avenue en The Spirit erg hoog heb zitten en dat die anderhalve meter plankruimte wat mij betreft behoort tot de mooiste uit de stripgeschiedenis.

Dat ik in Angoulême de kans kreeg om naar een enorme hoeveelheid originele pagina’s, schetsen, splash-pages en studies te bekijken zorgde voor een prettige geeky opwinding en de expositie was inderdaad één grote ooh en aah.
Het was niet alleen de herkenning, maar ook het gevoel om zo dicht op het ambacht te zitten: tot op het kleinste detail naar het echte vakwerk te kijken is echt een bijzondere ervaring. Het was pure magie, weet je wel.
Tot zover de ontboezemingen.

Bij de expositie verscheen het tweetalige naslagwerk Will Eisner – The centennial celebration 1917 – 2017, waarin veel van die originele pagina’s en illustraties zijn opgenomen. Het boek is veertig centimeter hoog, waarmee alles goed te zien is: het wegwitten van foute lijntjes, het precieze arceerwerk, de pagina-opmaak en de trefzekere lijnvoering.

Het boek opent met drie informatieve essays van Paul Gravett, John Lind en zijn uitgever Denis Kitchen, die zeer lezenswaardig zijn en voor een introductie prima in orde. Eisners werk wordt beknopt besproken en terecht geroemd, maar dat is niet voor het eerst. Vanwege zijn statuur en verdienste voor het beeldverhaal is Eisner al jaren een dankbaar onderwerp van studie. Wie meer -of alles- over hem wil lezen kan terecht bij een keur aan naslagwerken waarvan A Spirited Life van Bob Andelman en A Dreamers Life in Comics van Michael Schumacher uitvoeriger en diepgravender zijn.

Maar zoals men dan zegt: het gaat om de plaatjes, en die schitteren in The Centennial Celebration. Voor letterfetisjisten valt er ook genoeg te genieten, want Eisner letterde alles zelf en deed dat met toewijding.
Ik noemde de expositie van Morris, die vorig jaar te zien was en waarbij het overzichtswerk De Kunst van Morris verscheen. Dat boek liet het werk vanuit meerdere kanten en aan de hand van een aantal interessante onderwerpen zien, wat het interessant maakt voor een grote groep lezers: fans, liefhebbers en mensen die vroeger Lucky Luke lazen.
The Centennial Celebration is meer een chronologische opsomming geworden met summiere begeleidende teksten, die vaak niet meer vertellen dan wat er te zien is. Aan de andere kant staan er in Eisners boek ook een aantal complete verhalen, waardoor je die in hun puurste vorm kan lezen. Voor de fan het summum, voor de geïnteresseerde stripliefhebber zeer de moeite waard.

Het boek is niet goedkoop, maar de uitvoering rechtvaardigt het prijskaartje. Het echte werk moet zo echt mogelijk zijn, daar kun je nu eenmaal niet op bezuinigen.

Geen categorie

Gelezen: Tom Gauld – Mooncop

Het werk van Tom Gauld is intrigerend. Zijn verhalen hebben iets rustigs en traags over zich. Dagen slepen zich voort, jaren zelfs, en er lijkt weinig te gebeuren.

En juist daarin zit de vertellende kracht: met name het album Goliath, over het eindeloze wachten van de reus op zijn confrontatie met David, en zijn laatste boek, Moon Cop, zijn geschiedenissen over een persoon voor wie dralen en de zachte gang van de dag de hoofdmoot zijn.

Moon Cop is het verhaal over de laatste politieman op de maan, die de wereld om hem heen ziet veranderen. Zijn werkzaamheden, zijn donut-automaat en zelfs het flatgebouw waarin hij woont, alles is aan verandering overhavig, in de zin dat er steeds minder van alles overblijft. De enige die niet verandert is de politieman zelf.

Een ander sterk punt is het wezenloze van de wereld waarin Gauld zijn politiemannetje laat acteren: als de donutautomaat een storing heeft en hem 20.736 donuts wil laten afrekenen, slaat de agent net zo lang op alle knoppen dat de aankoop ongedaan wordt gemaakt. Als hij bij een tweede poging alsnog de ene donut krijgt sluit de automaat ongeïnteresseerd af met: Thank you. Please come again.
Zoals in het echt. Zoals we gewend zijn en wat we niet eens meer opmerken.
Het zijn dit soort details die van Gaulds werk meer maken dan de kleine verhaaltjes die ze lijken.

De minimalistische tekeningen van Gauld, met stokpoppetjes met veel arceringen zien er desondanks niet onbeholpen maar juist gestileerd uit. Ook het kleurgebruik is afgemeten en raak. Niet voor niets dat zijn werk inmiddels in de grote bladen terug te vinden is: het is stilistisch heel sterk en beeldend.

En toch: de reden dat je voor zijn werk valt zijn de verhalen, in de zin dat je vrij snel aanvoelt dat het onvermijdelijke zich voordoet, maar niet precies hoe en wanneer. En dan nog. Zelfs als je het weet, zoals in het geval van Goliath, is het intrigerend om te lezen hoe Gauld het je vertelt. Moon Cop is wat dat betreft een mooi moment om in te stappen in zijn universum.

Strips & comics

Gelezen: Michiel van de Pol – Spotters

spotters omslagWeet je wat ik het mooie vind van een boek? Dat je het verhaal niet meteen kunt zien, zoals bij een schilderij. Je hebt wellicht een prachtig kunstwerk in je handen, maar je weet het nog niet zeker. Er is slechts een stille belofte.

De afgelopen maanden lag Spotters van Michiel van de Pol op de stapel boeken die ik nog ga lezen; het is een stapel die bestaat omdat ik boeken kopen minstens net zo leuk vind als lezen.
Steeds dacht ik: Spotters, daar kies ik een mooie avond voor uit. Het werk van Van de Pol leent zich namelijk perfect voor een onderdompeling: in één ruk, achterelkaar. Dat komt omdat er zoiets bestaat als het Van de Pol-universum, een wereld waarin de gewone dingen van het leven zo eigen en beeldend worden verteld en getekend, dat je je heerlijk kunt laten meevoeren. Het zijn geen avonturen, geen weidse gebaren, maar steeds kleine dagelijkse situaties die tezamen een meeslepend verhaal maken, over grootse zaken. Zoals het leven zelf.

Spotters is wat dat betreft het beste boek van Van de Pol tot nu toe, en zoals ik al vertelde bij de introductie van mijn jaarlijstje van 2016: had ik eerder de tijd genomen, dan was Spotters vast en zeker in de top 10 terecht gekomen. Ik heb me vergist: Spotters zou op 1 hebben gestaan.
Het is werkelijk een prachtige graphic novel, met kleine en grote geschiedenissen, vragen en situaties. De vertelstem van Van de Pol is zo naturel en raak, daar is er geen tweede van.

spotters 1Kort gezegd gaat het verhaal over modelvliegtuigjesbouwer Frank en aspirant-romancière Julia, die elkaar tijdens een middagje vliegtuigspotten ontmoeten. Hun prille verliefdheid neemt een vlucht naar voren als Julia zwanger raakt en ze bij Frank intrekt. Vanaf hier laat ik het verhaal onbesproken, behalve dat het knulletje Jules heet en de hobby van zijn vader niet erft, zoals dat eigenlijk hoort.

Het zwierige tekenwerk van Van De Pol zit vol kleine nuances en volgt een perfect tempo. De scene dat Frank, geen gemakkelijke gangmaker, spontaan door Julia wordt meegenomen naar een feestje en daar van bankzitter tot fuifnummer transformeert is prachtig uitgebeeld, net als de scene waarin ze samen een vliegtuigje bouwen.
Er zit een slimmigheidje in het kleurgebruik: ieder perspectief heeft zijn eigen steunkleur, waardoor het verhaal gemakkelijk grote sprongen kan maken.
Voor de lezer die het werk van Van De Pol met dit boek leert kennen, zijn de groteske, paginavullende droedeltekeningen misschien even wennen, maar ze passen wel in de sfeer van het verhaal, als de ongepolijste gedachten die ieder mens heeft.

Ik wilde uit alle macht het woord rollercoaster vermijden, bij deze dus, al snap ik wel waarom het steeds in me opkwam: zoveel emoties als in Spotters, van links naar rechts, van binnen naar buiten, zie je niet vaak in een oorspronkelijk Nederlands stripwerk. Oprecht waterige ogen, met een glimlach erdoorheen, mooie dingen, erge dingen. Het is de stille belofte van het leven volgens Van de Pol: het wordt vast prachtig, maar je weet niets zeker.

Literatuur & Poëzie

Gelezen: Ruth Mellaerts – Soms ben ik een ontdekkingsreiziger

ontdekkingsreiziger-cover Tussen alle geraas en geweld van geheide verkoopsuccessen, internationale bestselleritis en DWDD-leestips zijn er gelukkig boeken die zonder luidruchtige aanwezigheid zeer de moeite waard zijn. Bijvoorbeeld om fijnzinniger redenen dan stemvolume en media-aandacht. Soms ben ik een ontdekkingsreiziger is zo’n boek; een bundeling poëtische miniaturen van Ruth Mellaerts, voorzien van illustraties van Toon Delanote en Charlotte Peys. De inhoud is geen hapklare brok en dus zal het de goegemeente vast niet bereiken, maar daar is het boek hoe dan ook te breekbaar en subtiel voor. Toch verdient het alle aandacht, zolang we het niet in grote gebaren hoeven uit te drukken.

De korte verhalen van Mellaerts zijn kleine gedachtestapjes, observaties en soms poëtische kronkeltjes. Steeds af, en in gewone zinnen geschreven, waardoor het lastig vergelijken is. Het zijn geen ZKV’s en ook geen klassieke gedichten: daarvoor zijn de onderwerpen te onaangepast en is het taalgebruik te direct. Mellaerts schotelt ons vertellingen voor over heimwee, een geleend gezicht, het verliezen van bruis en uitgestorven cadeaus. Het fladdert alle kanten op, en doet het daarmee vast ook goed bij jongeren.

ontdekkingsreiziger-illuHet is geen boek om doorheen te jakkeren, want de zeggingskracht neemt af naarmate je te lang doorgaat. Lize Spit (toch niet de minste, hoor je dan te zeggen) zei over dit boek dat je het mondjesmaat moet verslinden en dat klopt. Dat we dat weten komt doordat de uitgever deze uitspraak op een buikflapje heeft toegevoegd aan het boek, in een poging mensen over de streep te trekken toch vooral eens een ontdekkingsreis te wagen. Bij wijze van inleiding krijgen we ook nog een uitleggerig stukje voor de kiezen, van de hand van Elvis Peeters. Lief bedoeld, dat straalt ervan af, maar avontuurlijke lezers beginnen liever meteen aan de reis.

Dat dit boek meer is dan de optelsom van verhaaltjes komt door het excellente tekenwerk van Delanote en Peys, die samen het boekwerk op een hoger plan tillen. De aanwezigheid van fraaie illustraties haalt de vaart uit het boek en dat is precies wat het werk van Mellaerts nodig heeft. Rust, schoonheid en woorden waar je op mag kauwen; allemaal zaken waar je tegenwoordig met een vergrootglas naar mag zoeken. Soms ben ik een ontdekkingsreiziger is een gelukkige vondst, waarover we op gepast stemniveau mogen jubelen.

Deze recensie verscheen eerder in Zone 5300 nummer 113.

Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Bara & Boisserie – Het Slapende Woud

312539Zeker met one-shots en auteurs die niet meteen tot de verbeelding spreken is een flaptekst een handige manier om een potentiële koper over de streep te trekken. De tekst achterop Het Slapende Woud van Nicolas Bara op scenario van Pierre Boisserie rept over een raadselachtige geschiedenis met paranormale trekjes, een speurtocht en een eeuwenoude tragedie die zich ooit in het woud zou hebben afgespeeld. Een goede samenvatting, maar het vertelt niet alles, en in het geval van Het Slapende Woud is dat vreselijk jammer.
Niets ten nadele van de flapredacteur, want die kan immers niet met goed fatsoen zeggen wat de lezer na afloop heeft meegemaakt: een denderend verhaal met een goede portie spanning, mysterie en zelfs een kleine feel good liefdesgeschiedenis. Samen met het excellente tekenwerk én inkleuringen van Bara maakt het van Het Slapende Woud een geheide aankoop.

Twee speciale gezanten van het ministerie van Geheime Zaken, Artemis D’Harcourt en Casimir Dupré, worden naar een weeshuis gestuurd omdat er zoals men zegt ‘vreemde zaken gebeuren’. Kinderen gaan midden in de nacht aan de wandel en lijken ongewild het slachtoffer van een occult experiment. Er ontrolt zich een geschiedenis over een vreemde arts, een directeur die iets lijkt te verbergen, een oud bos met een aantal curieuze bomen en het vreemde, hypnotische gezang van de kinderen. Alles haakt naadloos in elkaar en zorgt voor een ontspannen en spannende leeservaring.

het-slapende-woud-2De lezer hoeft niet te puzzelen, maar kan alles over zich heen laten komen. Geen probleem voor Bara die met zijn plastische figuren en filmische camerastandpunten genoeg vaart in het verhaal houdt.
Dargaud koos voor een harde kaft en een flink formaat en dat komt de strip ten goede. Het tekenwerk en vooral het kleurgebruik krijgen zo alle ruimte om (excusez le mot) te schijnen. De nachtelijke taferelen zijn zo fraai van tint dat het geen bezwaar is als het volgende verhaal zich van begin tot eind ’s nachts afspeelt.

Deze recensie verscheen eerder in Stripschrift 449.

Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Sam Peeters – Fucking Hell

fucking-hell-grootNa een onenightstand heeft de Duivel een gebroken hart. Het meisje dat hem heeft geraakt wil niet verder en daar heeft de gehoornde het knap lastig mee. Ten einde raad vraagt hij om hulp en niet zomaar bij de eerste de beste, hoewel dat raar klinkt, zonder de clou te verraden.

Sam Peeters heeft met Fucking Hell niet alleen een opmerkelijke titel aan zijn palmares toegevoegd, zijn nieuwste verhaal is bovendien het meest vrije wat betreft grafische diepgang en vormgeving. Was In de schaduw van mijn lul al een zoektocht naar nieuwe vertelvormen en idioom, in Fucking Hell gaat Peeters een stap verder.

Het anekdotische verhaal is klassiek, maar de uitwerking en vooral de presentatie in boekvorm is vernieuwend. Het verhaal bevat veel lucht, in de vorm van lege of vrijwel lege pagina’s die op kleur zijn verbonden aan voorafgaande of aansluitende hoofdstukken en die even goed gelezen kunnen worden als locatiemarkering. Het klinkt ingewikkelder dan het is, want tijdens het lezen voelt het intuïtief aan. Als de Duivel het ‘goed’ heeft zijn de pagina’s donkerroze en daar waar hij verteerd wordt door verdriet, zijn de pagina’s zwart. De hel is geel en de hemel in de kerkelijke omgeving lichtblauw. Die kleurnuancering komt ook terug in de tekstkaders.

fucking-hell-groot-2Het tekenwerk is naïever dan voorheen en sluit aan bij het werk van Kaz en Kapreles, met veel harde arcering en rudimentaire vormen. Alle stenen hebben drie arceerstreepjes en het vuur in de hel lijkt op een berglandschap uit een kindertekening. De strip is vrijwel geheel getekend als een platformgame uit de jaren negentig: van links naar rechts, met naast elkaar geplaatste figuren, en profil. Dit zorgt ervoor dat het verhaal als het ware naar voren leunt en samen met de overgangspagina’s een heel aparte leeservaring oplevert, golvend op snelheid en vertragingen.

Deze verhaal- en verteltechnieken maken Fucking Hell een bijzondere graphic novel. Of Peeters zijn lezers gemakkelijk meekrijgt in zijn keuzes valt te bezien; daarvoor in het te weinig een strip in klassieke zin en is het charmante liefdesverhaaltje te een-dimensionaal. Maar dat Fucking Hell met alle experimenteerdrift een logische stap is binnen zijn oeuvre, staat vast.

Deze recensie verscheen eerder in Stripschrift 449.

Strips & comics

De beste strips van 2016

Net als in 2014 en 2015 heb ik het voorbije stripjaar gevat in twee top tien lijsten, voor Nederlandstalige en Engelstalige strips. Omdat het de derde keer is kan ik de jaren ook onderling met elkaar vergelijken en dan moet ik zeggen dat 2016 niet helemaal het gedroomde Nederlandstalige stripjaar is geworden. Twee jaar geleden was het fabelachtige slot van Magasin General het hoogtepunt en vorig jaar verraste Het Experiment en konden we eindelijk lezen hoe het afliep met  Frommeltje en Viola. Zo’n hoogtepunt ontbrak nu.

abadaringiDit jaar was de surprise opnieuw ingepakt: het tweede deel van de integrale van Simon van de Rivier -uit de jaren zeventig- vond ik geweldig en daarnaast was  Abadaringi van Jeroen Janssen een boek dat beklijft omdat het zo oprecht en indringend is. Een uitgebreid interview dat ik had met Jeroen lees je in Zone 5300 nummer 112.
Een derde plaats is er voor het vertaalde en prachtige naslagwerk De kunst van Morris dat verscheen bij de Lucky Luke-expositie van Morris die het afgelopen jaar in Angoulême te zien was. Groot formaat en veel opgeblazen tekeningen die het filmische vakmanschap en de snelle hand van Morris prachtig in beeld brengen. Maar verder? Mwoa. De twee Mickey Mouse mysterie-pockets waren eigenlijk heel grappig en de nieuwe Lucky Luke en Blake en Mortimer allebei erg tof, maar top tien werk?

top 10 Nederlandstalig

1 Simon van de Rivier – Kroniek van een Toekomstige Wereld integraal 2 (Auclair, Sherpa)
2 Abadaringi (Janssen, Oogachtend)
3 De kunst van Morris (Beaujean + Mercier, Dargaud)
4 Robbedoes door… 10 Het Licht van Borneo (Frank Pé + Zidrou, Dupuis)
5 Blake en Mortimer 24 – Het testament van William S. (Sente + Juillard, B&M)
6 Mickey’s Mysteries – Op het spoor van de misdaad (Disney, Sanoma)
7 Magritte, een surrealistische kroniek (Campi + Zabus, Lombard)
8 De moordenaar van Lucky Luke (Bonhomme, Lucky Comics)
9 Het Slapende Woud (Bara + Boisserie, Dargaud)
10 De Vliegenier 1 Het Vertrek (Kraehn + Arnoux, Dargaud)

goodnight-punpun-kissDe lijst had er misschien anders uitgezien als ik aan Spotters van Michiel van de Pol en In the Pines van Erik Kriek was toegekomen. Dat me dat nog niet is gelukt heeft een reden, en die vinden we terug in de Engelstalige lijst: Goodnight Punpun van Inio Asano is een 13-delige Bildungs-manga over een jongen die in het verhaal wordt afgebeeld als een sprietvogeltje tussen normale tienerkinderen, dat bovendien niet praat. Het kost ongeveer vierhonderd pagina’s om eraan te wennen maar dan zit je er echt helemaal in. De vertalingen verschijnen op dit moment in boekvorm, maar online is de complete reeks al te lezen als zogenaamde fanlation, een vertaling gemaakt door een toegewijde fan. En toegewijd moet je zijn, want Goodnight Punpun is een kleine drieduizend pagina’s. Het mooie zit ‘m in de nieuwe manier van vertellen en vertonen: het verhaal heeft een bizar en uitdagend narratief.
osamu-pilTel daar de 900 pagina’s bij op van Toshio Ban’s Osamu Tezuka Story en je snapt dat er niet veel avonden over waren de afgelopen tijd. Ik kan nu even geen manga meer zien.

harrow-countyMijn topper van 2016 is Harrow County, waarover ik al eerder schreef in Comics Krenten, de comic review rubriek uit Zone 5300 en die je ook op mijn site kunt teruglezen. Alle drie de verhaalreeksen tot nu toe zijn klasse en het tekenwerk is echt magnifiek. Plattelandshorror uit de zuidelijke jaren dertig, maar dan heel ingetogen en verrassend.
Een ontdekking van heel andere orde is het werk van Noah van Sciver, een jonge Amerikaanse tekenaar die ik afgelopen voorjaar in Angoulême ontmoette en die me een aantal eigen beheer-comics gaf. Stuk voor stuk mooie slices-of-life van een gewone jongeman: Geen held, geen meeslepend leven, niet veel geluk, maar in ieder geval twee baantjes om de huur te betalen. Disquiet is een verhalenbundel en is in Amerika goed opgepikt. Laten we hopen op een mooi 2017 voor Van Sciver en zijn personages.

top 10 Engelstalig

1 Harrow County (Bunn + Crook, Dark Horse)
2 Goodnight Punpun (Inio Asano, fanlation)
3 Osamu Tezuka story (Toshio Ban, Stone Bridge Press)
4 Disquiet (Van Sciver, Fantagraphics)
5 Southern Bastards (Aaron + Latour, Image)
6 Rebels (Mutti + Wood, Dark Horse)
7 Paper girls (Chiang + Vaughan, Image)
8 Wilds end – Enemy within (Abnett + Culbard, Boom!)
9 Ganges 5 (Huizenga, Drawn & Quarterly)
10 Snow blind (Masters + Jenkins, Boom!)

Frank Pé RagebolNaast het lezen was er wel genoeg te beleven in 2016. Het Nederlands Stripmuseum had dit jaar elf mooie exposities, met 75 jaar Tom Poes als uitschieter, en het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal in Brussel pakte uit met een waanzinnig mooie expo rond Frank Pé, die ook nog eens in het middelpunt stond van de Japanse editie van de Nacht van het Beeldverhaal. Zonder meer reden om naar Brussel af te reizen.
Andere zaken lees je in het lijstje met de aandoenlijke naam Ook mooi in 2016:

1 Expositie van Frank Pé Belgisch Centrum voor Beeldverhaal
2 Expositie van Hugo Pratt in Angoulême
3 Nacht van het Beeldverhaal in Belgisch Centrum voor Beeldverhaal
4 De ontdekking van het werk van Kevin Huizenga
5 Expositie 75 jaar Tom Poes in het Nederlands Stripmuseum
6 De ontdekking van het werk van Mattias Adolfsson

Voor mezelf was Duplex het album van het jaar, vanwege alle arbeid, enthousiasme én het geweldige eindresultaat, ook voor wat betreft kritieken en verkoopcijfers, maar toch: je zet je eigen boek niet in je eigen top tien. Maar ik nodig iedereen uit het vooral wel te doen, en anders hoor ik graag wat jullie favorieten zijn – of welke boeken ik heb gemist. Ik ben benieuwd!

Buro05, Literatuur & Poëzie, Strips & comics

Cutting Edge bekroont Duplex in jaartoptien

cuttingedge-logoHet Vlaamse culturele onlinemagazine Cutting Edge, messcherp door cultuur en media, heeft de jaarlijstjes van 2016 gepresenteerd, waaronder die van de beste strips van het afgelopen jaar.
Het album Duplex, van het gelijknamige internationale strip-poëzie-project dat in mei van dit jaar bij Poetry International en bij de Stripdagen van Haarlem werd gepresenteerd, staat keurig in de lijst en wordt een fabelachtig nieuw dier genoemd. Poëtisch, zoveel is zeker. Maar hoe dan ook iets om trots op te zijn.

En eerlijk: de redactie van Cutting Edge verzoekt om een tweede deel en dat is precies waar we nu heel voorzichtig mee bezig gaan.
Maar eerst het Engelstalige album. Het voorproefje – om geïnteresseerden en fondsen over de streep te trekken – verscheen onlangs al in een geringe oplage. Medio mei 2017 staat het echte album in de planning. Alvast, voor het lijstje van volgend jaar.

Strips & comics, Zone 5300

Comics Krenten, aflevering 3

In ieder nummer van Zone 5300 bespreek ik onlangs verschenen comics, die zeer de moeite waard zijn, onder het motto “Honderden comics per maand en Zone 5300 wijst de weg”. Dit is de aflevering van het winternummer dat nu in de winkels ligt.

plutona-met-alle-karaktersAcht jaar geleden schoot de ster van Jeff Lemire ongeveer door het dak met zijn Essex County trilogie en het post-apocalyptische sprookje Sweet Tooth. Toen meldden Marvel en DC zich en ging hij comics schrijven voor anderen. Met wisselend succes maar vooral veel minder eigen. Het is allemaal van dik hout en teveel hooi geworden. Hij schrijft nu All-New Hawkeye, Old Man Logan, Moon Knight, Bloodshot Reborn, Extraordinary X-Men, Descender en de 5-issue-run Plutona. Om er een paar te noemen. Het is wat veel.

Plutona is het verhaal van vijf schoolkinderen die op een dag superheldin Plutona in een bos vinden. Dood, en dat is het wel zo’n beetje, want doden praten niet. Het verhaal moet het vooral hebben van de kinderen en hoe ze zich tot elkaar en de wereld verhouden. Dat is leuk en aardig, maar het is wat iel voor een echt spannend verhaal. Dat het toch de moeite waard is, komt door het tekenwerk van Lenox, de inkleuringen en de vertelvaart. Dat maakt van Plutona een goede strip voor de zondagmiddag. De filmrechten zijn inmiddels verkocht, dus je kunt ook wachten en er een zaterdagavond van maken.

papergirlsVeel meer voor alle dagen van de week is Paper Girls, een te gek toekomstverhaal dat zich afspeelt in 1988. Hoofdrolspelers in dit verhaal van succesauteur Brian K. Vaughan (Saga, Y: The Last Man en Ex Machina) zijn vier krantenbezorgsters die er op een ochtend achter komen dat de wereld drastisch is veranderd. Iedereen is weg en de dames vinden een vliegende schotel in een kelder. En dan begint het pas. Het verhaal vliegt letterlijk alle kanten op en de lezer weet vaak net zo weinig als de hoofdpersonen. Na verloop van tijd ontmoet Erin, een van de krantenmeisjes, haar volwassen zelf in 2016, en ergens blijft het gewoon logisch als die aanhaakt en meedoet met het ontdekken van wat er nu eigenlijk gaande is. Het wordt er allemaal niet duidelijker van, maar er zit een geweldige onderlaag in het verhaal waardoor je verder blijft lezen. Datzelfde trucje past Vaughan ook toe bij Saga trouwens, maar Paper Girls heeft dat leuke van onze jaren tachtig erbij.

shaft-easy-moneyShaft, het culticoon van tien jaar eerder, is ook terug, dit keer in een 4-run bij Dynamite. Dietrich Smith tekende het avontuur van de onverschrokken zwarte held op scenario van David Walker, die er een heuse voice-over-comic van heeft gemaakt. Omdat Shaft niet veel zegt, vertellen de vierkante tekstkaders zijn sappige geschiedenis en gedachten. Shaft is detective die wordt benaderd om op zoek te gaan naar een vermiste jongeman, die homoseksueel is en daarom (!) door iedereen aan zijn lot is overgelaten. Shaft moet hem dus maar terugvinden. Intussen wordt hij als ervaringsdeskundige benaderd om bij te dragen aan een filmscript over badass black dicks – als in detectives – en die twee zaken blijken meer verband te houden dan Shaft kon bevroeden. Porno, snuff en maffiapraktijken weerhouden de rustige rots er niet van om eigenhandig een filmimperium om zeep te helpen en iedereen te redden of te doden.

Het einde is een lullige knipoog en het gemak waarmee tientallen zwaarbewapende Italianen zich in de luren laten leggen is opzienbarend, maar het leest lekker weg. Voor diepgang hoeven we niet bij Shaft aan te kloppen: zijn leven bestaat immers uit het binnenslepen van easy money, dat soms bullshit money blijkt te zijn. U weet wel. Denk ik.

Lemire & Lenox – Plutona (comics 1 t/m 5), 16,95, Image

Vaughan & Chiang – Paper Girls Vol 1 (comics 1 t/m 5), 9,95, Image

Vaughan & Chiang – Paper Girls Vol 2 (comics 6 t/m 10), 12,95, Image

Walker & Smith – Shaft – Imitation of life (comics 1 t/m 4), $2,99 per deel, Dynamite [TPB nog niet aangekondigd]