Strips & comics, Zone 5300

Column Zone5300: Een nacht op de kale berg

zone hondjeIk geef toe dat ik er zelf ook aan heb meegedaan op deze plek*. De afgelopen jaren zag ik achter iedere stapel Donald Ducks het onheil dat de stripwereld bedreigde en dacht ik dat we de postzegel- en telefoonkaartverzamelaars achterna zouden gaan. Internet, de ontlezing, de jeugd, de mens in het algemeen; allemaal oorzaken dat de stripscene gedoemd was te mislukken en uiteindelijk te verdwijnen.

Strips zijn passé en horen bij de tijd dat Jantje eens pruimen zag hangen, bromde men, en onderzoeken wezen dat allemaal uit: de jeugd vindt strips stoffig en oninteressant. Intussen zijn 45plus-vaders lid van de Eppo en gokken zij op saamhorig enthousiasme van hun puberende kids, in de ijdele hoop dat die mettertijd de collectie van paps net zo koesteren als hij doet. Want zeg nou eerlijk, al die Franka’s in linnen kaft, genummerd en gesigneerd, met een prent en een dossier, die moeten toch voor altijd in de familie blijven?
Ja hoor, zeggen de kinderen. Tuurlijk.

Tienjarigen denken dat Suske en Wiske uit de fabriek komen, net als melk en vissticks. Die hebben geen sjoege van strips. Voor hun zijn stripboeken als de kleine lettertjes van Facebook: wegklikken, snel verder. Stripmarketeers, als die al bestaan, hebben de kids laten vallen. Lastig, niet te bereiken en bezig met heel andere zaken.
Het enige geld dat er nog wordt gemaakt komt van gebundelde heruitgaven van opgepoetste strips die opnieuw worden gekocht door de generatie vijftigers. En dan nog. Stripwinkeliers steken de depressive suicidal black metal-scene naar de kroon als het gaat om vrolijkheid. Lachen? Om strips zeker! We zijn afgeserveerd en wie niet horen wil, gaat het voelen.

Als je met zulke boze ogen naar alles kijkt, dan geloof je het gewoon. Want je weet: als je vaak genoeg hoort hoe iets is, dan is het op den duur vanzelf zo. Dat is de kracht van de herhaling; een kracht die in onze wereld groter is dan de waarheid.
De realiteit waar wij het mee mochten doen, werd ons als volgt voorgehouden: de stripliefhebber zit als een horde Yezidi’s op een kale berg en wordt van alle kanten bestookt, aangevallen en opgejaagd. Nog even en er is niets meer van over, behalve wat verhalen, anekdotes en herinneringen.

Veel betrokkenen, ik vooral, zagen het helemaal misgaan. Lees dit om die reden als een biecht van de doemdenker, een mea culpa voor iedereen die door mijn verhalen is gaan twijfelen aan de toekomst van de strip. Want nu de mist zomaar is opgetrokken zien we wat er echt aan de gang is.
Geen platgebombardeerde stripwereld waar de zwarte vlag wappert, maar een vrolijke en kleurrijke boel met lieve mensen en een aantal nieuwe, heel actieve stripuitgeverijen. Het is een gezellige, borrelende club enthousiastelingen die officieel opgeleid, gesubsidieerd en gesteund wordt. Waar een stripwinkel verdwijnt, komt er een stripmuseum voor terug. Stripdagen zijn niet uit te roeien en als de hype overwaait vanuit de Verenigde Staten, waar met speels gemak meer dan een miljoen wordt uitgegeven voor een Superman, dan kunnen wij over een paar jaar melden dat er een recordbedrag is neergeteld voor de eerste druk van Olle Kapoen en de Geheime Deur. Alles in verhouding uiteraard, maar daarom niet minder blijvend. De stripwereld heeft even gereflecteerd en stoomt weer op.

Kortom, ik ben gelukkig en de stripwereld is gered. Ik zat fout, maar dat is niet erg. Leren is niet altijd gelijk krijgen: ik weet nu dat sommige dingen anders zijn dan ze lijken. Gedoe is tijdelijk en strips zijn er voor de eeuwigheid. Nooit een Dodendans meer. Weg met alles wat niet bij ons past.

*Deze column verscheen in Zone 5300, winter 2015-editie.

2 Reacties op “Column Zone5300: Een nacht op de kale berg”

  1. Daan says:

    “Tienjarigen denken dat Suske en Wiske uit de fabriek komen, net als melk en vissticks”
    Denk dat het ook komt omdat een hoop strips deze uitstraling ook hebben. Alles wordt cleaner en meer een eenheidsworst. Waar je voorheen nog kleine imperfecties en een werkelijk eigen stijl had in de strip, is er nu een bepaalde concensus in de strips en daar willen de uitgevers zich graag aan houden. De tekenaars hebben brood op de plank nodig en confirmeren aan die vraag, produceren vooral die eenheidsworst. Met name zie je dit terug in de kinderuitgaven van allerlei bladen met strips, dat is veilig en vertrouwd, maar weinig vernieuwend. Weinig inspirerend om zelf nog aan de slag te gaan. Dus daarom denken kinderen nogal snel dat strips niet meer zijn dan fabrieksplaatjes, omdat het dat eigenlijk ook zijn geworden.. maar we zouden niet gaan doemdenken 😉

    • Stefan Nieuwenhuis says:

      Veilig en vertrouwd, dat is het inderdaad. Alles is marktwerking. Daarom des te interessanter dat er desondanks nog avontuurlijke uitgevers zijn zoals Scratch, Blloan en Bries. Want de markt is een ding, gevoel en liefde is iets anders. Hopelijk maakt de visstickgeneratie de sprong naar de mooie verhalen. Of in lijn van de vergelijking: naar een lekkere bouillabaisse. Want zeg nog zelf: da’s pas vis!

Plaats een reactie