Strips & comics

Gelezen: Guillaume Bouzard – Jolly Jumper antwoordt niet meer

Het jaar 2016 was een jubeljaar voor Lucky Luke-fans. Eerst verscheen het prachtige De Kunst van Morris, een voorbeeldig overzichtswerk dat in de kast van iedere stripliefhebber hoort.
Daarna kwam De moordenaar van Lucky Luke, de eerste spin-off van Lucky Luke, getekend door Matthieu Bonhomme: een goed en spannend verhaal met een eigen twist en een Lucky Luke die niet 1 op 1 op het origineel van Morris kan worden gelegd, maar zeker iets aan het bekende personage toevoegt. Bovendien een perfecte aftrap van een serie zoals Robbedoes die al heeft: Lucky Luke door anderen.
IJdele hoop, want het tweede deel van wat een mooie reeks zou kunnen zijn betreft Jolly Jumper antwoordt niet meer, een prul van een album van de hand van Guillaume Bouzard.

Bouzard kun je kennen van zijn weergaloze strip Strandman uit de vroege jaren van Zone 5300: een superheldenstrip over een mislukte held met een voetbal over zijn hoofd. Het was – en is – het beste dat er ooit in Zone heeft gestaan. Het had dus best goed kunnen uitpakken. Had.

Het album moet voor grappig doorgaan en is dat zo opzichtig dat het zeer doet aan de ogen. Flauwe mopjes over de schaduw van Lucky Luke, de onnozelheid van Averell, een bozige Joe die steeds tot rust wordt gemaand en een cipier die op zoek is naar een leuke woordgrap: het is allemaal zwaar onvoldoende.
Moet je voorstellen: Lucky Luke wisselt zijn gele hemd voor een rode, en zijn rode halsdoek voor een gele en vervolgens herkent niemand hem meer. Zelfs de Daltons niet! Is dat geen giller?

Bouzard kan ermee weg komen als het verhaal in orde is, maar dat heeft hem al snel in de steek gelaten, of misschien nooit bereikt. Het is allemaal zo larmoyant en traag. Niets of niemand heeft ook maar ergens zin in, zo lijkt het.
Jolly Jumper is nukkig en stil (spoiler: en blijft dat keurig het hele verhaal door, zodat we niet echt van een verhaalontwikkeling kunnen spreken), een vermoei(en)de Lucky Luke moet de Daltons uit de gevangenis halen om een zaakje op te lossen en in de ontknoping komen een paar oude bekenden opdraven, voornamelijk om nog meer flauwe opmerkingen te maken over eerdere albums van Luke. Dat is het hele verhaal.

En juist op de momenten dat er naar eerdere albums wordt verwezen, denk je terug aan hoe tof Lucky Luke is. Tenderfoot, De bende van Joss Jamon, De postkoets en Het escorte zijn (met heel veel andere titels) echte klassiekers: geweldige verhalen met spanning, humor en alles wat er ontbreekt in Jolly Jumper antwoord niet meer.

Het is trouwens niet gek dat Jolly Jumper niets zegt. Op pagina 3 is het nog een statig prachtpaard maar op pagina 30 niets meer dan een knol met krulpootjes en sliertige manen. De Daltons lijken op geen bladzijde hetzelfde en de mooie decors, waar Morris zo bedreven in was, en ook Bonhomme, zijn ingeruild voor houten half-totalen, zodat ze uit niet meer hoeven te bestaan dan de suggestie van planken en saaie kleurvlakken. Het oogt allemaal als haastwerk.
In de Franse versie heeft Bouzard zijn pagina’s zelf geletterd en dat past veel beter dan de vreemde westernletter in verschillende groottes waar de Hollander het mee mag doen. Maar ach, dat is een kleinigheidje. Wie het met eigen ogen wil zien, mag mijn exemplaar hebben.