Strips & comics

Gelezen: Hans Lijklema (samenstelling) – Incubator

Onlangs verscheen bij uitgeverij Palmslag de Engelstalige anthologie Incubator, A selection of the best comics made by art school students from around the globe. Een ronkende titel, die in de inleiding door samensteller Hans Lijklema flink wordt afgezwakt en genuanceerd.
Het gaat om werk van studenten van zeven (min of meer) stripopleidingen in Nederland (Artez en Minerva), Duitsland (Kassel en Folkwang), het Belgische Sint-Lukas, het École Européenne Supérieure de l’Image uit Frankrijk en The Center for Cartoon Studies uit de VS.

Voorin het boek, dat echt perfect is vormgegeven door de samensteller zelf, vertelt Lijklema dat het bedoeld is voor aankomend academiestudenten, die nog over de streep moeten worden getrokken, bij wijze van aanjager en eye opener: Strips doen ertoe, en je kunt er serieus werk van maken.

Curieus is het verschil dat Lijklema ziet tussen ‘traditionele striptekenaars’ en kunstacademiestudenten. Over de laatste groep zegt hij: “Most of them are not trying to make their work fit within existing comic genres, but they see the medium as an interesting opportunity to express themselves by telling stories with the help of their art”.
Alsof de klassieke striptekenaar zich niet uitdrukt door verhalen te vertellen met behulp van eigen beelden en beeldtaal. En alsof de strips die we in de anthologie zien zo wezenlijk anders zijn, want dat valt reuze mee. Of tegen, als je de lat zo hoog legt als Lijklema doet.

Wat vooral opvalt aan de bijdragen is dat het verhalende aspect ondergeschikt is aan het kunstzinnige. Het duurt tot halverwege voordat we een lezenswaardige strip aantreffen. Daarvoor is er een optocht geweest van poëtisch nihilisme, woordloze experimenteerdrift, grafisch absurdisme en onaffe gedachten. Kan goed, mag allemaal, maar nergens komt het in de buurt van the best comics zoals het omslag belooft.
Dat kan liggen aan de selectiecriteria die nergens geformuleerd zijn, maar ook aan het idee dat academiestudenten iets met het klassieke medium zouden moeten doen. Dat leunt te veel op de aanname dat je het beeldverhaal alleen kan vernieuwen door de vertelling los te laten. De bijdragen zijn geschikt voor een anthologie, als kleine proeven van bekwaamheid, maar lezen nergens als een voorzet voor een compleet album. Daar zijn ze inhoudelijk echt te mager voor: er wordt getekend en niet verteld.

En toch: het mooie van dit soort publicaties is dat we later pas zullen weten of de jonge auteurs hun weg hebben gevonden. Voor de strip – en dan ga ik gemakshalve uit van de klassieke benadering –  is het werk in Incubator niet direct een aanlokkelijk toekomstbeeld, maar dat hoeft ook niet. Die nuancering staat immers op het omslag: het zijn strips gemaakt door kunstacademiestudenten, en dat zijn niet per definitie striptekenaars.