Strips & comics

Gelezen: Jeff Lemire – Roughneck

Jeff Lemire kan bij mij een potje breken. Het post-apocalyptische sprookje Sweet tooth is een referentie in zijn genre en het onderhuidse horrorverhaal The Nobody hoort in mijn top 10 aller tijden. En dan gaan we nog voorbij aan Essex County, de trilogie over ijshockey en opgroeien in het rurale Canada, waarmee Lemire in 2009 definitief zijn naam vestigde. Een pareltje.

Zijn nieuwe boek heet Roughneck en daarin gaat Lemire terug naar het winterse Canada, meer bepaald het fictieve stadje Pimotamon. Daar slijt de ruige ex-ijshockeyer Derek Ouelette zijn dagen met drinken en vechten, vooral omdat hij niet beter weet.

Als op een dag zijn zusje terugkeert naar hun geboortestreek komen de herinneringen aan met name zijn tirannieke vader in alle hevigheid terug. Zus Beth neemt bovendien een aantal problemen mee, waardoor er een onhoudbare situatie ontstaat. Het is aan Derek, maar vooral aan de inwoners van het kleine dorp, om het tij te keren.

Roughneck lijkt kort verteld op een spannende Stephen King thriller, al valt er hier en daar wat op af te dingen. Het verhaal dient zich te veel aan.
In een traag tempo wordt het klassieke beeld geschetst van een kwetsbare jongeman met een overheersende en agressieve vader die alles oplost met drank en zijn vuisten. Inderdaad, Derek is zijn vader geworden.

Het dorp, de inwoners, de motieven van Derek en Beth, het is allemaal nogal clichématig en voorspelbaar. Het is te aannemelijk en daardoor wil de spanningsboog maar niet bollen. Daar komt bij dat de emotionele passages heel klein worden gehouden, want een prater is onze Roughneck niet.

Een ander euvel dat zich aan de oppervlakte nestelt is dat het schetsmatige en krasserige tekenwerk van Lemire niet bijster veel nuances verdraagt: de rechte, norse streep op het hoekige voorhoofd van Derek verandert nergens. We moeten het met één en dezelfde emotie doen. Daarbij oogt het als haastwerk.

Dit nekt zich ook op een ander niveau. Roughneck vertelt het verhaal van een gemeenschap met natives, mensen van indiaanse afkomst, maar dat komen we alleen te weten doordat het er op een gegeven moment letterlijk over gaat. Het is aan de mensen niet te zien, ook omdat het verhaal zwart wit is, met een blauwgrijze steunkleur en alleen kleur wanneer de herinnering van Derek teruggaat naar vroeger. Ook dat voelt gemanierd aan.

Lemire redt het hele verhaal in de laatste paar pagina’s, in de ontknoping die dan toch verrassend is. Hier zien we iets terug van waarmee Lemire zijn naam heeft gevestigd: de knappe verteller die het kleinmenselijke leed gebruikt om de personage boven zichzelf uit te laten stijgen.

Lemire wordt gezien als een hall of famer, maar heeft met Roughneck niet zijn beste verhaal gemaakt. Het is geen Nobody, geen Underwater Welder en geen Essex County, maar daarmee is het geen slecht verhaal, want toch: na het beklemmende relaas is er iets van opluchting dat het kan verkeren. Het verhaal blijft een tijdje hangen, het nestelt zich in je vezels, en dat is toch de ultieme verdienste van een goed verteller.