Strips & comics

Gelezen: Marcel Pagnol (Hübsch, Scotto en Stoffel) – Topaze

Van de Franse schrijver en cineast Marcel Pagnol (1895-1974) werd niet eerder werk vertaald in het Nederlands, tenzij het met de jaren heel goed verstopt is geraakt.
Sinds dit jaar is kwaliteitsuitgeverij Saga bezig met een imposante inhaalslag: de afgelopen zes maanden verschenen vijf dikke albums rond het werk van Pagnol, met het tweeluik Topaze als verhalend hoogtepunt. Waar het aandoenlijke en nostalgische De glorie van mijn vader en het dramatische Kabeljauwtje het vooral moeten hebben van de sfeer en situatieschetsen, daar is Topaze ronduit spannend en goed verteld.

In het verhaal volgen we Albert Topaze, een goeiige leraar aan een privaatschool die zijn leerlingen behandelt ongeacht hun afkomst. En laat dat nu net zo niet werken voor de directeur die graag ziet dat de notabelen en adel hun kinderen laten slagen op zijn instituut; was het niet voor henzelf, dan in ieder geval voor zijn eigen portemonnee.

Topaze gaat de fout in door niet mee te buigen met de hogere klasse en zo komt hij op straat terecht. Hij is strikt en in die zin te vergelijken met de brave soldaat Svejk, uit de verhalen van Jaroslav Hašek, die zijn onbuigzame rechtschapenheid ook hoog in het vaandel heeft, tot het onnozele aan toe.

Voor de buitenwacht wordt Topaze gezien als een goedgelovige en ongevaarlijke hals en zo komt hij terecht op de burelen van gemeenteraadslid Castel-Bénac, een spitsboef die machtswellustig en vals is. Hij geeft Topaze een betrekking op kantoor, maar feitelijk is hij niets meer dan een stroman en bliksemafleider.

Topaze doorziet de spelletjes gaandeweg en raakt erin verstrikt. Hij ziet dat eerlijkheid in de hogere regionen geen deugd is en past zich aan waardoor hij zijn rol steeds belangrijker wordt. Zelfs de oude schooldirecteur klopt bij hem aan.

Het tekenwerk van Éric Hübsch, die de hele Pagnol-reeks voor zijn rekening neemt, is uit de Franse school, met intrigerende karakterkoppen en mooie paginacomposities.
Echt geslaagd zijn de teksten die ronduit perfect zijn geadapteerd uit het werk van Pagnol. Zonder de originele Franse tekst te kennen lees je Pagnols vakmanschap van de pagina’s. Zelfs na al die jaren is het nergens gedateerd of stoffig.
Het tempo en vooral de subtiele dialogen zijn prachtig. Scenaristen Serge Scotto en Éric Stoffel maken kundig gebruik van lichtgetinte balloons die zich slim verhouden tot de witte balloons: het geeft een subtiele dubbele laag aan de mooie discussies die er krachtiger van worden.

Het verhaal leest als een demasqué van de macht, al wordt er net als in het echte leven geen strijd geleverd: macht en het misbruik dat erbij hoort kennen nu eenmaal geen echte vijanden. Het zal altijd als onkruid bestaan. Topaze laat dat op een mooie en heel lezenswaardige manier zien. Daarmee heeft Saga er weer een schot in de roos bij. Voor mij mag de reeks rond Pagnol nog een paar albums duren: in Frankrijk lopen ze intussen twee titels voor, dus er is hoop.