Strips & comics

Gelezen: Tillie Walden – Spinning

Er is de afgelopen maanden verwachtingsvol uitgekeken naar het vierde album van Tillie Walden, een graphic memoir over haar jeugdjaren als kunstschaatser. Walden geldt als talent in de stripwereld, een belofte voor de toekomst. Ze bewees dat met prachtige, poëtische verhalen als The End of Summer en A City Inside. Als zij een 400 pagina’s dik coming of age-verhaal aankondigt, dan zijn de vooruitzichten hooggespannen. Niet in de laatste plaats omdat Walden pas 21 jaar is.

In Spinning beschrijft Walden haar jeugdjaren en dan met name haar laatste drie jaren als kunstschaatser, van haar 16de tot 19de. Ze is net verhuisd naar Texas en heeft problemen met haar leeftijdsgenootjes die niet openstaan voor een nieuwe in de groep. Ook bij de kunstschaatsclub kan ze niet op veel hartelijkheid rekenen. Haar geluk is dat ze erg goed is in kunstrijden. Zo bevecht en verovert ze haar plek, al levert dat Tillie niet de waardering op waarop ze hoopt.

Dat wordt er niet gemakkelijker op als ze besluit uit de kast te komen. Het loopt slecht af als de moeder van Tillies vriendin er lucht van krijgt: zij mogen elkaar niet meer zien of spreken.

Als iemand van 21 vertelt over ervaringen die hooguit vijf jaar oud zijn, dan is er nog weinig afstand. Dat merkt de lezer in de manier waarop Walden de gebeurtenissen beschrijft. Het hartverscheurende bericht van de verbroken relatie wordt meegedeeld en uitgebeeld, maar verder niets. Geen groter geheel, geen duiding, alleen het verdriet zelf. De Tillie in het verhaal ondergaat veel en lijkt dat in eerste instantie niet te raken. Ze praat er met niemand over. De lezer dringt niet door tot in haar hoofd.

In het nawoord vertelt Walden dat ze bij het tekenen geen moeite heeft gedaan alles in een groter geheel te zien of naar antwoorden te zoeken; zo’n tekenaar vindt ze zichzelf niet. Zo’n nawoord van de auteur over bedoelingen en thematiek is een noviteit in graphic novels: in dit geval een handig vehikel voor Walden om haar verhaal en werkwijze te verklaren. En ook om zichzelf in te dekken.

Het knappe van Spinning is dat het in eerste instantie een verhaal over kunstschaatsen lijkt, maar dat het schaatsen gaandeweg steeds meer het decor van de vertelling wordt. De sportbeleving van Tillie laat vooral zien hoe ze zich voelt. Gaat het goed, dan lukken de sprongen; bij tegenslagen in haar privéleven gaat ze onderuit. Het is deze vertaalslag die Spinning interessant houdt. Op de pagina’s die ze als hoofdstukaanduiders gebruikt, legt ze steeds een sprong of oefening uit: dat is voor de leek voldoende informatie over kunstschaatsen.

Het album is uitgegeven in paarsblauw met gele accenten en dat werkt goed. Jammer is dat het tekenwerk soms gehaast oogt: Walden tekent nauwelijks achtergronden of uitgewerkte totalen. Aan de andere kant zijn haar gezichtsuitdrukkingen en houdingen heel trefzeker en levendig. In de vaart van het verhaal zorgt het expressieve karakter van haar tekeningen voor rustmomenten: de enkele lijn die een trotse of gekrenkte houding markeert, de rake frons uit één pennenstreek. Het terloopse en gemakkelijke van Waldens tekenwerk komt mooi naar voren in Spinning, voor een bijzonder verhaal is haar eerdere werk beter.