Strips & comics

Gelezen: Tillie Walden – A City Inside

De jonge striptekenaar Tilly Walden is nu nog een geheime aanrader. Ze is pas 21 jaar en A City Inside is al haar derde album. Met vijftig pagina’s is het aanmerkelijk dunner dan haar vorige twee, maar niet minder indrukwekkend.
In september van dit jaar verschijnen haar memoires, die ondanks haar leeftijd toch al 400 pagina’s beslaan. Walden is geen auteur die haar oeuvre laat aanwaaien, zoveel is duidelijk.

In A City Inside zien we de levenswandel van een jonge vrouw, die zich in een therapeutische of meditatieve sessie bevindt: over de entourage of aanleiding komen we als lezer niets te weten. We zien haar als een  opgroeiend meisje dat niet-alledaagse keuzes maakt in haar jonge leven. Ze laveert tussen een aards bestaan en een gevoelswereld die zich in de wolken afspeelt.

Het lijkt minder logisch dan het is. De kracht van het verhaal zit in de spaarzame tekstflarden die Walden als duiding meegeeft en die een heel heldere en begrijpelijke laag toevoegen aan de vertelling: er zit een constante logica in.

De teksten zijn bij eerste lezing poëtisch en worden naarmate het verhaal vordert steeds directer en eerlijker. Het dichterlijke zit in de rust die de woorden opleveren: het is geen album dat je er in een kwartier doorheen jast, hoewel dat – mocht je het willen – gemakkelijk lukt.

De pagina’s zijn vaak opgebouwd uit enkele tekeningen, soms uit twee of vier, maar nergens wordt het stripachtig, in de klassieke zin. Alleen de proloog (zie illustratie) en epiloog bevatten tekstballonnen en kaders. Verder is er geen kadrering, balloon of striplettering. Dat laatste zorgt ervoor dat je als lezer het gevoel hebt dan je in een schetsboek aan het bladeren bent. Het lijkt neergepend, en is daarmee heel eigen en effectief.

In dit verhaal pakt dat heel goed uit, omdat het verhaal in de jij-vorm is geschreven: er is een stem die jou vertelt wat je hebt gedaan in je leven en hoe je tot bepaalde keuzes bent gekomen; hoe je bent geworden wie je bent. De verteller spreekt de lezer bijna persoonlijk aan.

Het is moeilijk het einde te vertellen zonder iets van de verrassing te verraden, maar tegelijk weet ik niet met zekerheid of het een verrassing is. Misschien is het een constatering, of een reden.
Walden laat dat gedeelte voor de lezer en dat maakt dat het verhaal iets heeft voor iedereen: op zoveel kruispunten in je leven heb je keuzes gemaakt, en de route die je hebt bewandeld heeft je gevormd. Het zijn de wegen, paden en gangen die je loodsen door de stad die in je huist.

Strips & comics

Gelezen: Remco Polman & Wilfred Ottenheijm – Floris 2: Heer Floris vraagt erom

De meegedrukte sticker om het omslag vertelt ons dat het eerste deel van de humorserie Floris van Dondermonde, Steekt de draak, in 2015 werd bekroond met een Stripschappenning. Geen geringe prestatie voor een debuut en hoewel het album met korte verhalen beslist grappig was, kwam de prijs te snel. Helemaal nu het tweede deel uit is, want dat is stukken beter.
De karakters zijn scherper, de interactie tussen de figuren is uitgewerkter en biedt meer verhaalmogelijkheden en in de vergelijking lijkt het alsof het eerste album meer een introductie was in de wereld van Floris, terwijl in Heer Floris vraagt erom alles op zijn plaats is gevallen.

Waar je je in het eerste deel kon afvragen hoe lang het grappig is om in een soort middelnederlands te praten, weten we nu: nog héél lang. Het is een humoristisch verhaalelement dat gedoseerd is geland, net als de slimme bijrollen van joker Yorrick en Vrouwe Hadewych, die nu uitgewerkter zijn en zich beter verhouden tot Floris. Ze zijn in staat verhalen te dragen, waardoor het niet steeds over de grappige dommigheid van Floris hoeft te gaan.
Heer Floris vraagt erom is wat subtiliteit betreft al behoorlijk opgeschudt: de dames dienen de simpele Floris regelmatig van repliek, zoals mooi te lezen is in De Visserkoning. Hoogtepunt van het album is Yorricks ontmoeting met de duivel, zelfs geen Floris in zicht.

Het verschil tussen beide albums is te vatten in de uitdieping van de personages. Het duurt even voordat de onderlinge verhoudingen duidelijk zijn, maar eenmaal helder is de opvoering van een figuur al voldoende om de grap in te leiden. Zeg nu zelf: was de Kolonel niet altijd het slachtoffer van Sjors en Sjimmie? En was het niet de lol om dat mijlenver te zien aankomen? Je ziet het ook bij strookstrips zoals Johnny Hart’s Wizard of Id, dat aan het hof speelt en waar ook een gevangene aan zijn armen hangt; een leestip voor alle Floris-fans.

Ook niet onbelangrijk is het tekenwerk dat niet alleen prima in orde is, maar ook blijk geeft van grondige studie naar de riddertijd: de graal, maliënkolder, martelwerktuigen en de interieurs van de kastelen zijn uitgewerkt en natuurgetrouw. Aan alles kun je zien dat de makers vast en zeker regelmatig op het Muiderslot rondhangen. Ook het inkleurwerk is echt goed voor elkaar.
Maar vooral is ook dit deel weer hard lachen, met veel hilarische bijvangsten en knappe vondsten.

Floris zal alleen nog maar beter worden, zeker als Den Eerschte Golve van Emancipathiën het hof bereikt. Dat zou alles nog wat scherper maken. En dan bij deel 4, ergens in 2021, krijgen de makers de Stripschapsprijs.
Kan niet anders.
De Penning hebben ze al.

Strips & comics

Gelezen: Flix & Bernd Kissel – Münchhausen

In stripkringen geldt een zekere wet: als je echt alles uit je passie wil halen, dan leer je de Franse taal. Alleen dan kun je voluit genieten van al het mooie dat er is en vaak niet in het Nederlands wordt uitgegeven. Oké, met Engels kom je een eind, zeker in de comic- en mangahoek, maar toch: de Franco-Belgische stripcultuur, zoals het heet, is enorm en voor ons Nederlanders grotendeels onvertaald. Dat weet iedereen die wel eens een middagje in een Franse stripwinkel is geweest.

Waar je tot voor kort als stripliefhebber niets aan had, was kennis van de Duitse taal. Bij onze oosterburen was het Fix und Foxi, een scala aan Donald Duck-pockets, Mickey Maus en verder wat titels en series die de landsgrenzen nooit overstaken. Das war einmal, want tegenwoordig is Duitsland met een enorme inhaalslag bezig. Wie de fondslijsten en aanbiedingenfolders van de tientallen overactieve uitgeverijen ziet, schrikt zich een hoedje. Het is werkelijk niet bij te benen wat daar vertaald uitkomt én wat er bovendien aan nieuw oorspronkelijk Duitstalig werk verschijnt.

Mijn Frans is suffisant, maar niet extraordinaire, terwijl mijn Duits echt prima de luxe is. Vandaar dat ik me sinds een jaar nu ook actief op de Duitse markt begeef. Zo kocht ik onlangs in de Comix Shop in Basel een stapel strips, waarvan Münchhausen van Bernd Kissel op scenario van Flix, me bijzonder trof. Bijna helemaal zwart-wit, met mooie grijstinten, in een zwierige tekenstijl die doet denken aan Fourquemin (van het prachtige Miss Endicott) en Steven Dupré. Het ademt de sfeer van Simon Spruyts Junker.

Het verhaalgegeven van Münchhausen is bekend, van de leugen en de waarheid, en Flix geeft er een mooie draai aan. Het verhaal speelt in 1939, als Europa aan de vooravond staat van de Tweede Wereldoorlog. Op een dag wordt Sigmund Freud verzocht zich te melden in Buckingham Palace omdat daar een man wordt ondervraagd van wie wordt vermoed dat hij een spion is van Hitler. Het probleem is alleen dat de man zelf een heel ander verhaal heeft: hij is net teruggekeerd van aardbeien plukken op de maan. Aan Freud de taak de leugenaar te ontmaskeren.

Eitje, zul je zeggen, want Freud is immers de wereldvermaarde psycholoog die voor hetere vuren heeft gestaan, maar het blijkt een hele kluif. Want wat als de man nu echt de waarheid spreekt? Freud haalt alles uit de kast, terwijl de lezer de levensgeschiedenis van de aardbeienplukker volgt. Waar we achterkomen is dat zijn leven bepaald niet over rozen is gegaan en dat hij een zware last met zich meedraagt. Of zou hij zelfs daarover liegen?

Het verhaal eindigt in een bonte apotheose, waarin alles perfect samenkomt: een glimlach, een emotie of twee en het gevoel dat je echt een goed verhaal hebt gelezen.
Mocht er ooit iets vertaald worden in het Nederlands, laat het dan Münchhausen zijn. Of ga het nu alvast lezen om je Duits op te halen. Keine schlechte Idee.

Strips & comics

Gelezen: Frédéric en Julien Maffre – Stern 2: De stad van de wilden

Aan de stripserie Stern kleeft al sinds het begin hetzelfde verhaal: toen twee jaar geleden het eerste deel verscheen, was dat precies tegelijk met nog een strip over een doodgraver, Undertaker.
Waar Undertaker alle handen op elkaar kreeg, werd Stern al snel ‘die andere strip over een grafdelver’. Undertaker was gewelddadiger en meer wild dan west dankzij vanaf de heup schietende cowboys en vechtpartijen in de saloon. Zoals het altijd al gaat met westernstrips (en waar echt niks mis mee is).

Stern is anders: Elijah Stern is een bedeesde , grijzige muis zonder schietijzer, die zijn werk discreet en het liefst in stilte doet. Praten is niet zijn ding, lezen des te meer. Stern verslindt boeken en als hij op een dag besluit dat het tijd is voor een stapeltje nieuwe boeken zit er voor hem niets anders op dan naar het naburige Kansas City te gaan: daar is de boekhandel, maar daar zijn ook het lawaai, rumoer en vooral mensen die Stern het liefst mijdt.

Met gezonde tegenzin vertrekt hij op zijn ezel naar de grote stad, met een zak geld voor zijn leesvoer. Eenmaal in de vermaledijde City verliest hij in een onfortuinlijk moment zijn geld, ezel en laarzen aan een stel bandieten. Stern is vastbesloten zijn eigendommen terug te krijgen en stort zich daarmee in een moeras dat wordt bevolkt door een schietgrage grootmoeder, een stelende kunstschilder, een brute bloedworstmaker en nota bene zijn eigen vrouw, die hij jaren geleden in de drukte van de stad achterliet.

Het verhaal lijkt grotesk en overdadig, maar het is de rustige verschijning van Stern die het tempo in toom houdt, terwijl er toch genoeg geknokt, geschoten en gescholden wordt.

Dit tweede deel is veel speelser en energieker dan het eerste en dat is even wennen. Wie het omslag ziet, verwacht dat Stern is veranderd in een meedogenloze vechtjas, maar niets is minder waar. Stern wil zijn spullen terug om daarna rustig een paar boeken uit te zoeken en huiswaarts te keren. Meer niet. Dat de rest om hem heen zich zo eenvoudig verliest in drank en ruzies, is aan hen.

Stern is in alles een sympathieke held. Hij ondergaat zijn lot gelaten en ziet zijn omgeving als een optelsom van noodzakelijke kwaden. De lezer identificeert zich gemakkelijk met hem, al zal hij er niets voor laten of doen. Het is de bijzondere combinatie van het ruige dat we kennen uit het Wilde Westen met het ingetogene van een doodgraver met een gekweld-romantische inborst en een voorkeur voor de wereldliteratuur.

Het tekenwerk van Julien Maffre is nog mooier dat in het eerste deel: met name de eerste tien pagina’s, met de reis van Stern per ezel door het rurale Kansas, zijn juweeltjes. Het zijn mooie panoramische platen die prachtig zijn ingekleurd en zo aan de muur kunnen. Dat maakt Stern om te beginnen al een reeks van formaat: het inkleurwerk van Maffre is indrukwekkend en het is daarom een geluk dat Dargaud de strip op groot formaat en op stevig papier uitbrengt.

Ik vermoed dat Stern met de jaren steeds meer fans gaat krijgen en dat wij in het Nederlandse taalgebied Frankrijk achterna gaan: daar is de strip heel populair. Terecht. Heel terecht.

Strips & comics

Gelezen: Hubert & Virginie Augustin – Had meneer nog iets gewenst?

Bij iedere nieuwe uitgave rijst de ster van uitgeverij Blloan. Ze hebben daar een neusje voor mooie verhalen, en geven die ook nog eens prachtig uit: op stevig papier, harde kaft, mooie schutbladen en goed vertaald. Blloan is een uitgeverij waar je met gemak fan van blijft.

Onlangs verscheen Had meneer nog iets gewenst?, een album dat je in de stripwinkel misschien op het eerste gezicht met rust zou laten vanwege het onconventionele omslag. Maar wat jammer zou dat zijn, want het is zó goed, en alleen al daarom is deze bespreking meer dan rechtvaardig.

Het verhaal gaat over Edward, een verwaande en onuitstaanbare aristocraat, die niets liever doet dan shockeren en zich dagelijks verliest in drank en seks. Alle vrouwen moeten er aan geloven, van troonpretendenten tot volkse sloeries.
Edward, blasé en vilein, vindt in Lisbet een interessant tegenwicht: zij lijkt niet onder de indruk van zijn statuur, zijn seksuele escapades en zijn opschepperige gedrag, ondanks dat zij een vrouw is van eenvoudig komaf en werkzaam in de huishouding. Ze zijn er om minder uitgevlogen.

Edward eist Lisbeth op en probeert haar in zijn leven te trekken. Maar wat hem moeiteloos lukt bij de rest, gaat niet op voor Lisbeth: zij houdt de boot af. Niet dat zij koud en ongevoelig is, maar omdat ze Edward een verwerpelijke kerel vindt die misbruik maakt van zijn positie en de vrouwen om hem heen.
Het escaleert en Edward zet al zijn zinnen op de onvoorwaardelijke liefde van Lisbeth, die in een steeds moeilijker positie terecht komt. Zonder het einde van het verhaal te verraden, dat zou gemeen zijn, kan ik zonder omhaal melden dat Had meneer nog iets gewenst? in mijn favorietenlijstje is gekatapulteerd.

Het is niet alleen het verhaal dat geweldig is. Het tekenwerk is zo mooi en de personages zijn zo zwierig en levensecht getekend dat je je gerust een tijdje kunt verliezen in het tekenwerk van Virginie Augustin, van wie ik eerder Alim de Leerlooier las. In vergelijking daarmee heeft Had meneer nog iets gewenst? meer joie, om het maar eens losjes te zeggen. Het is schetsmatiger, met meer krasserige arcering en lef.
Ga naar je stripspeciaalzaak, pak het album eens op en blader het vooral rustig door. Als je dan nog niet geraakt wordt door het knappe tekenwerk en de geweldige sfeer, in de wetenschap dat het een uitmuntend verhaal is met een einde dat je niet licht zult vergeten, dan zit er maar één ding voor je op: de nieuwe Bollie en Billie.

Strips & comics

Gelezen: Guy Delisle – Gegijzeld

De Canadese striptekenaar Guy Delisle werkt al sinds het begin van deze eeuw aan een prachtig ouevre. Tussen 2001 en 2011 verschenen autobiografisch verhalen over zijn leven in China, Noord-Korea, Birma en Israël. Stuk voor stuk albums waarin hij uitvoerig het dagelijkse leven beschrijft, gezien door de ogen van een westerling. De drie Aziatische verhalen leunen met name op beschrijvingen van culturele en sociale aard, het album Jeruzalem uit 2011 laat vooral zien wat een tragisch en treurig land Israël in feite is.

Het werk van Delisle kenmerkt zich door de persoonlijke en intieme sfeer van de verhalen. De hoofdpersoon is Guy zelf, in zijn hoedanigheid als animator in Azië en als man van een NGO-medewerkster in het Midden-Oosten. Het zijn verhalen van alledag; over het doen van boodschappen, het kennismaken met buren en het bezoeken van een museum of park.

Met zijn nieuwste album gooit Delisle het over een andere boeg. In Gegijzeld tekent Delisle het waargebeurde verhaal van Christophe André, een medewerker van Artsen Zonder Grenzen die in 1997 in Ingoesjetië wordt ontvoerd. In de 428 pagina’s van het album gebeurt nauwelijks iets: na zijn kidnap zit Christophe vastgeketend aan een verwarmingsbuis in een lege kamer. Zijn dagen bestaan uit slapen, wachten, twee keer per dag soep, brood en thee, en even uit de boeien voor een plas. Af en toe mag hij zich wassen, maar verder gebeurt er bar weinig.

De tekst in het album is een letterlijk verslag van Christophe zelf. Aanvankelijk beschrijvend, maar gaandeweg wordt het verhaal in-hoofdig: we gaan mee in de gedachten van de gijzelaar. Vanaf dan wordt het echt interessant voor de lezer. Een citaat van Christophe op het achterplat zegt alles: “Gegijzeld worden is erger dan in de gevangenis zitten. In de gevangenis weet je waarom je vastzit en wanneer je weer vrijkomt. Als je gegijzeld wordt, heb je zelfs dat geringe houvast niet. Je hebt helemaal niks.”

De lezer heeft overigens wel een houvast: naarmate de tijd vordert, wordt het aantal te lezen pagina’s minder en weet je dat er in ieder geval een einde aan het verhaal komt. Maar hoe dat zal zijn wordt nergens duidelijk, en dat maakt het een intense leeservaring. Monotoon, maar met de dag spannender en tegelijk uitzichtlozer.

De tekeningen zijn sober, met een enkele steunkleur, wat bijdraagt aan de sfeer en de situatie. Zonder iets van het verhaal te verklappen, ben je als lezer vaak geneigd jezelf te verplaatsen in Christophe. Zou je het belangrijk vinden om te weten welke dag het is? Zou je alert zijn op geluiden van buiten de kamer?

Delisle is erin geslaagd de uitzichtloosheid en onwerkelijkheid van een gijzeling uit te beelden. Het is geen avontuur, geen nagelbijten, maar zo echt mogelijk. Dichter op een gijzeling kun je niet zitten. Dat maakt Gegijzeld heel bijzonder. Het is zo’n album dat je weglegt met een ‘wow’.

Tekeningen

Eerste expo met mijn tekeningen: De Rijke Buit in Forum Bibliotheek Groningen

Vanaf vandaag tot en met donderdag 18 mei is in de Forum Bibliotheek aan de Boteringestraat een expositie te zien met werken van zogenoemde dubbeltalenten, doorgaans schrijvers en dichters die ook handig zijn met penseel, verf en (kleur)potloden, om maar wat te noemen.
Ook drie van mijn tekeningen hangen erbij, Wolken, Ramen en Stad. Het mooie van de titels is: dat is exact wat je ziet.

Daarnaast hangt er ook werk van onder anderen Hugo Claus, Karel Appel, Elmar Kuiper, Armando, Herman Brood, Remco Ekkers, Joost Oomen, Rogi Wieg, Heleen van Royen, Aafke Steenhuis, Lucebert en Louis Lehmann.

Op donderdag 18 mei, om half acht ’s avonds, gaan de werken onder de hamer tijdens de afsluitende veiling. Jan Mulder treedt die avond op en opent de veiling. Een deel van de opbrengst van de veiling (10% van het opgeld) gaat dit jaar naar een goed doel: IMC Weekendschool Groningen.

Intussen teken ik rustig verder aan een serie stapelgebouwen, steden en volkstuintjes. Deze expositie is de eerste gelegenheid dat ik mijn tekeningen laat zien. Ik ben echt heel benieuwd naar de reacties.

Voor wie het weten wil: ik teken op dik karton met een pennetje en Oost-Indische inkt. Inkleuren doe ik met een kwastje en acrylverf op waterbasis. Met de Wolken-tekening ben ik drie avonden bezig geweest, met de Stad een weekend. Ik signeer achterop, omdat ik het niet mooi vind om een tekening te verpesten met een naam en een datum of jaartal. Ook al is het mijn eigen naam.

(Klik op de tekeningen voor een flinke uitvergroting)

Strips & comics

Gelezen: Masahiko Murakami en Ken Tanaka – Nichiren

Japanse manga kent vele gedaanten: naast de klassieke avonturenverhalen en de honderden series van grote-ogen-meisjes tot schreeuwerige robots, is er ook een interessante reeks uitgaven die we voor het gemak educatieve manga noemen: ik heb een uitvoerige manga-serie over de economie van Japan, die je gerust kunt lezen als studieboek. Geen helden, maar een alwetend verteller die aan de hand van illustraties het hele verhaal uit de doeken doet. Niet per se heel boeiend, maar wel interessant genoeg om eens “gedaan” te hebben.
Een serie als Oishinbo, over de culinaire hoogtepunten van Japan, is veel minder studieboekerig en heeft een leuke verhaallijn mét personages, maar draait toch voornamelijk om koken en warenkennis. Iets soortgelijks is The Drops of God, een studiemanga over wijn.

Van dien aard is ook Nichiren van tekenaar Ken Tanaka op scenario van Masahiko Murakami. Nichiren Daishonin was een boeddhistische monnik uit de dertiende eeuw die in opstand kwam tegen zijn geloofsgenoten die volgens Nichiren hun geloof niet waarachtig praktiseren. Volgens Nichiren, getekend als een fris geschoren, grote man met een vierkant gezicht en onjapanse ogen, vindt het ware boeddhisme haar oorsprong in de Lotus Sutra, de geschriften die zijn afgeleid van de lessen van de wijze Shakyamuni. De heersende clan is meer bezig met eigen gewin en macht en dat is de jonge monnik een gruwel, vooral omdat Japan in die tijd wordt geteisterd door honger, rampspoed en ziekte.

Wat volgt is een confrontatie tussen de machtige stromingen en de ene waarachtige monnik, en dat maakt het meteen interessant. Door vergelijkingen, lessen en situaties geeft het verhaal alle ruimte om flink wat kennis door te geven over Nichiren, die uiteindelijk de grondlegger is van het Nichiren-boeddhisme, één van de stromingen binnen het Boeddhisme die nu nog overal ter wereld gevolgd wordt, tot in Nederland aan toe.

Nichirens chant ‘Nam myoho renge kyo’ echoot door het hele boek en betekent zoveel als ‘je leven toewijden aan de Mystieke Wet van oorzaak en gevolg’. In het verhaal blijkt dit zonneklaar: zij die alleen uit zijn op macht en gewin verliezen het wezenlijke uit het oog, en dat betekent uiteindelijk de overwinning van Nichiren op zijn corrumperende geloofsgenoten. Hoewel je in deze gevallen niet werkelijk van een overwinning kan spreken: het gaat om het besef van goed en kwaad, van oorzaak en gevolg.

Er zijn veel mooie situaties in het verhaal en de strijd met de gevestigde orde is zelfs spannend, vanwege de intriges en beramingen, en wat na lezing overblijft is een hoop kennis over een interessante persoon en zijn leer.
Het tekenwerk lijkt hier en daar wat haastig, vooral als je ziet waar gearceerd had moeten worden en het niet is gedaan. Niettemin een manga voor een paar aangename uurtjes in de lotushouding met een wierookje en een zachte chant op de achtergrond, al is dat uiteraard optioneel.

Strips & comics

Gelezen: Lars Martinson – Tonoharu

Ik schreef al eerder dat ik nooit een strip uit meerdere delen lees voordat alle delen verschenen zijn. Dat betekent dat ik soms een paar jaar moet wachten, zoals nu met Stomp, De spoken van Nightgrave, waar ik best graag aan zou willen beginnen. Hetzelfde gebeurde me met Magasin General en dat duurde uiteindelijk bijna acht jaar, net als The Summit of the Gods van Jiro Taniguchi.
Dat record is nu verbroken door het drieluik Tonoharu van Lars Martinson: tussen het eerste en het laatste deel zaten negen jaar. Daar kun je allerlei vraagtekens bij plaatsen, maar hoe dan ook: ik kon ein-de-lijk aan het lezen beginnen.

Tonoharu is het verhaal van Dan Wells, een Amerikaan die assistent is op een school in het Japanse stadje Tonoharu. Zijn werk bestaat voornamelijk uit het bijwonen van lessen en het zijdelings begeleiden van de scholieren bij hun lessen Engels. Het is nauwelijks werk en inspannend al helemaal niet. Des te meer tijd om het moderne Japan te verkennen, zou je zeggen, maar Tonoharu is niet bepaald een plek waar veel gebeurt.

Dat de eerste twee delen toch interessant zijn is omdat Dan terecht komt in een wereld die hij helemaal niet kent. Hij verwondert zich over de gebruiken, de rigide manier van leven en de afstandelijke omgang. Door de dagboekformule en dezelfde thematiek lijkt Tonoharu veel op de Aziatische dagboeken van Guy Delisle, Shenzhen en Pyongyang. Dat was indertijd de reden om Tonoharu te kopen, herinner ik me. De albums van Delisle namelijk zijn erg goed en heel interessant, vandaar.

Maar nu ik Tonoharu in zijn geheel heb gelezen blijft dat toch duidelijk achter wat die vergelijking betreft. Dat komt vooral omdat Dan een beetje een zeikstraal is. Hij is traag, larmoyant en beschikt niet over bijster veel ambitie. Dat Dan is gemodelleerd naar Lars Martinson zelf, die jaren geleden zelf in Japan verbleef en de albums baseerde op zijn herinneringen, spreekt niet in zijn voordeel.

Dat het toch niet helemaal verzandt komt door Keiko en Constance, die voor de intermenselijke noot zorgen. Keiko, een collegaatje van Dan, is verliefd op hem en dat levert boeiende situaties op: samen ze hebben een korte en stiekeme relatie, die je het best omschrijft als een botsing van beschavingen. Constance is een andere intern, die zich niet werkelijk in de twijfelzieke Dan interesseert, ondanks zijn pogingen dichter bij haar in de buurt te komen.

Het verhaal kabbelt lekker en naarmate het einde nadert wordt het zachter en losser. Het glipt uit je handen, vanwege het gemis aan urgente verhaallijnen en boeiende personages. Nog eens: het is geen vervelend leeswerk, maar het hinkt op twee gedachten. Misschien komt dat door de lange tijd die tussen de delen heeft gezeten. Toen Martinson net uit Japan terug was begon hij aan het eerste deel, vol van het land en zijn belevenissen. Dat zal mettertijd zijn afgenomen.

Het tekenwerk is door de jaren heen vrij rudimentair gebleven, maar doet het toch heel goed binnen de setting van het Japanse stadje. Het is rustig, netjes en recht, met houterige figuren op klompschoentjes. De pagina’s leunen op een enkele blauwe steunkleur, behalve in deel 1 dat geheel zwart-wit is. De boeken zien er gezamenlijk mooi uit, de omslagen en de vormgeving is heel mooi en met veel aandacht voor detail gemaakt. Wat dat betreft alle lof.
Voor het verhaal had Martinson beter een keuze kunnen maken: of een verhandeling over de Japanse gebruiken gezien door de ogen van een westerling, of een fictief avontuur gebaseerd op waargebeurde situaties. Nu zwalkt het en dat nekt zich in het derde deel.

Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Thomas Campi & Vincent Zabus – Magritte, een surrealistische kroniek

De beroemde wolken van Magritte sieren het omslag van de surrealistische kroniek rond de invloedrijke kunstenaar. Het verhaal gaat over de onwetende Charles Singulier die op een dag een bolhoed koopt die van Magritte blijkt te zijn geweest. Het is de aanzet naar een verhaal dat zich ontvouwt als een onwerkelijke opdracht om Magritte te doorgronden. De arme Charles krijgt namelijk de hoed niet meer van zijn hoofd.

Aan de hand van historische feiten en het veelzijdige werk van de rebelse Magritte gaat Charles op weg door een wereld van dubbele deuren, vreemde ontmoetingen en perspectivische onjuistheden, op zoek naar een manier om de opdracht op te lossen of te ontrafelen. Geen kleinigheid, want heel veel houvast heeft hij niet. Sterker, hij heeft geen idee. Maar is dat in de wereld van Magritte niet juist een voordeel?

Samen met een mevrouw van het museum – heet zij Georgette, zoals de vrouw van Magritte? Hij komt het niet te weten – en zijn officiële biograaf reist Charles door het leven van de surrealist. Hij spreekt met schilderijen en is er later een onderdeel van, maar nergens gaat het verhaal zelf verloren in de chaos: daarvoor is het gegeven van de opdracht en de zoektocht te sterk.
Het tekenwerk van Thomas Campi is vreemd genoeg en past daarmee naadloos. Als je je overgeeft aan de gekte van Magritte, en dat valt uiteindelijke best mee, dan is het een prachtverhaal met een betoverend slotstuk.

Deze recensie verscheen eerder in Stripschrift 450.

Strips & comics, Stripschrift

Gelezen: Enzo Smits en Ward Zwart – Wolven

Wolven, het samenwerkingdebuut van scenarist Enzo Smits en tekenaar Ward Zwart, is waarachtig een bijzondere leeservaring. Het boek is opgedeeld in drie verhaallijnen rond een groepje verloren jongeren en beschrijft feitelijk het alledaagse Hazenberg, een ruraal stadje dat haar glans een aantal jaren achter zich heeft gelaten. Het is de entourage van een coming of age-film, en de verwijzingen naar dat genre zit overal in het album verstopt, tot en met de Gummo-poster in de jongenskamer: Wolven is minstens zo beklemmend als die film van Larry Clark en de overeenkomsten zijn frappant.

Hoewel Wolven zich afspeelt in Hazenberg, zien we Amerikaanse schoolbussen, laagbouw en winkelpuien. De skater-cultuur is niet ver. Een van de jongens, Kip, valt met zijn skateboard en komt hard op zijn hoofd terecht. Het levert fraaie, filmische waanbeelden op, die naadloos in de omgeving van zijn leven passen.
Er zijn nauwelijks grenzen; het echte, de waarheid, de buitenwereld, alles komt verwrongen binnen. De zoektocht naar een mysterieus wezen in het bos, de drop-out in de cafetaria, de lamgeslagen moeder op de bank en de complotdenker op straat: alleen met hen mag de lezer het stellen. Geen gezag, geen liefde, geen baken.

Het sinistere wordt sterker vanwege de vorm van de uitgave: weinig tekst, veel beeld en blauwgrijs tekenwerk op dun papier. Het tempo van de lezer bepaalt de intensiteit van het verhaal. Neem je de tijd dan gaat Wolven onder je huid zitten, waar het hoort. Een bijzondere prestatie en in zijn genre een hoogtepunt: verplichte kost voor de nieuwe generatie striptekenaars.

Blader hier alvast door het boek, voordat je naar de stripspeciaalzaak gaat om het aan te schaffen.

Deze recensie schreef ik voor Stripschrift 450.

 

Strips & comics, Zone 5300

Comics Krenten, aflevering 4

In ieder nummer van Zone 5300 bespreek ik onlangs verschenen comics, die zeer de moeite waard zijn, onder het motto “Honderden comics per maand en Zone 5300 wijst de weg”. Dit is de aflevering van het winternummer dat nu in de winkels ligt.

Batman ’66 is een te gekke cheesy reeks ouderwetse Batman-verhalen, met klassieke verhaallijnen, gedateerde elektronica en boeven die nog echte schurken zijn. De serie begon in 2013 als een gewone comic-reeks en heeft sindsdien een aantal leuke ‘samenwerkingen’ opgeleverd. Batman ’66 Meets heten deze series, waarin Batman en Robin samen met iconische tijdgenoten de wereld redden van een ondergang.

The Green Hornet haakte een keer aan, Steed en Mrs Peel, en tot nu toe de leukste: The Man from U.N.C.L.E., vooral bekend van de gelijknamige televisieserie. Het viertal krijgt te maken met de schurken van T.H.R.U.S.H., een taaie club vileine rakkers die uiteraard uit is op wereldheerschappij. T.H.R.U.S.H. is de creme de la crap van de onderwereld, onder leiding van übervillainette Olga. Via allerlei ingenieuze omwegen, spionagetruukjes uit de oude doos en een hoop flair en denkkracht lukt het om haar te ontmaskeren. Het verhaal, het kleurgebruik en de tekeningen ademen onmiskenbaar de jaren zestig. Heerlijk leesvoer. Nieuwe loot aan de stam: Meets Wonder Woman ’77. Nu al een feestje.

Comics uit de steampunk-hoek zijn vaak eye-candy met zwakke verhaallijnen. Lady Mechanika van Joe Benitez is een aangename uitzondering. Het driedelige La dama de la Muerte speelt in Mexico, waar Lady neerstrijkt na het verlies van haar maatje Dallas. Het dorpje waar ze belandt maakt zich op voor het feest van de doden, met facepaints, folklore en andere vreemde gewoontes.

Ze komt er al snel achter dat er iets loos is: de dorpelingen worden afgeperst door een groep geesten te paard, die bovendien kinderen ontvoert. Een zaakje voor Lady Mechanika, die dan wel geen hart heeft, maar wel gevoel. De ontknoping is zo bloederig, dat je je afvraagt wie Lady een dienst heeft bewezen. In ieder geval zijn de geestenruiters uit de weg geruimd, dus de dorpelingen kunnen opgelucht ademhalen. Als die er nog zouden zijn.

Fans van het werk van Mignola kunnen alvast warm lopen voor de TPB van Rise of the Black Flame. Het verhaal van 5 delen speelt in het Siam van een eeuw geleden en gaat over de Cult of the Black Flame, een sinister groepje dat wordt verdacht van ontvoeringen en sacrale offerandes.

Weer waanzinnig mooi getekend én ingekleurd, met veel gevoel voor de tijdsgeest, en een verhaal dat ons naar de jungle brengt, naar oude tempels en een koortsachtige dromenwereld, waaraan het nauwelijks ontsnappen is. Prettiger heb ik het niet gelezen de afgelopen tijd, en ook uitermate geschikt voor lezers die nu eindelijk het universum van Mignola (Hellboy, the B.P.R.D., Baltimore) willen ontdekken.

Parker & Hahn, Qualano en Kesel – Batman ’66 meetst the Man From U.N.C.L.E. (TPB, 18,95) DC

Benitez & Chan – Lady Mechanika – La dama de la Muerte (3 delen, $8,95, TPB nog niet aangekondigd) Benitez Productions

Mitten & Mignola – Rise of the black flame (5 delen, $3,99, TPB tweede kwartaal 2017) Dark Horse

Strips & comics

Gelezen: Jan Truyens – Over God, z’n broer en andere fijne vleeswaren

Jan Truyens heeft genoten, dat kun je zien. Het spat en straalt. Het is fors. Meeslepend. Zijn bijzondere Over God, z’n broer en andere fijne vleeswaren is bij lange geen traditioneel stripalbum, maar een grootse kijktocht, een wandeling door pagina’s als een geïllustreerde serie kijkplaten met tekstblokken. We kunnen het gerust een ervaring noemen; een boekhandelaar zou het bij de artbooks kunnen neerleggen.

Truyens vertelt het verhaal over de oude Anton die zijn aardse bestaan verruilt voor het hiernamaals, excuus daarnamaals. De menselijke reflex om aan de andere zijde de verloren geliefde tegen te komen, geldt ook hier: Anton hoopt op een weerzien met zijn Betty. Uiteraard weet de oude man niet wat hem te wachten staat, net zomin als de lezer enige notie heeft van wat er gebeurt. Dat maakt het omslaan van de grote pagina’s een bevredigende zaak: meer nog dan je denkt ‘vertel het’ denk je ‘laat het me zien’. Dat is de volgorde die Truyens in zijn werk heeft gelegd, en met verve.

Er zijn pagina’s en sferen die doen denken aan Peter Kuper, Martin tom Dieck en Tim Burton; sommige figuren zijn getekend in een cartooneske reclamestijl, decors zijn nabewerkte 3d collages met foto’s en Chuck Norris – ja, die is gewoon zichzelf.

Het verhaal gaat alle kanten op en lijkt af en toe een vehikel voor Truyens om lekker zijn gang te gaan. Verwacht geen spanning als van een pageturner, daar is het te absurdistisch en te beeldend voor, maar de lezer wordt beloond als die zich openstelt voor het visueel overweldigende universum waarin Anton ronddwarrelt.

Truyens kreeg zijn groteske uitgave niet gemakkelijk van de grond en besloot het crowdfunding-model in te zetten. Met succes. Een deel van de overgebleven, genummerde exemplaren (naar het schijnt iets meer dan 200 op een totaal van 490 stuks) worden nu via de stripspeciaalzaken verspreid.

Deze recensie verscheen eerder in Zone 5300 nummer 114.

Strips & comics

Gelezen: Cosey – A mysterious melody (Walt Disney)

Een van de leuke kleine exposities in Angoulême was die van een vijftal tekenaars dat zich de afgelopen tijd aan een oorspronkelijk verhaal uit de Disney-stal had gewaagd. Onder de titel ‘De nieuwe gezichten van Mickey Mouse’ was origineel werk te zien van Tébo, Loisel, Keramidas en Trondheim, en Cosey, uit verhalen die afgelopen jaar verschenen bij uitgeverij Glénat. In het Frans welteverstaan.

Het boek van Cosey verscheen ook in het Engels, bij IDW, evenals dat van Keramidas en Trondheim, dus voor de minder francofone lezer zijn in ieder geval die twee delen te lezen. Het album van Tébo won overigens de Prix Jeunesse 2017, en afgaande op het tekenwerk kan ik me dat goed voorstellen: zo grappig zag je Mickey niet eerder. Alsof hij van bubbelgum is.

Het tekenen van strips door anderen is niet nieuw: Robbedoes is met Hanco Kolk al aan zijn twaalfde tekenaar toe en vorig jaar mocht een groepje tekenaars zich op een Suske en Wiske-verhaal storten. Maar Disney, en in dit geval Mickey Mouse, is toch andere koek.

Het verhaal van Cosey is leuk, maar wel erg traag, een beetje zoals die van Floyd Gottfredson, de tekenaar die vroeger de meeste verhalen rond Mickey maakte. Toch is het trage tempo niet erg, omdat het je de gelegenheid geeft het mooie tekenwerk van Cosey te genieten. Want dat blijft grappig: het is toch alsof ieder moment Jonathan op zijn skies van de berg kan komen suizen.
In A mysterious melody is Mickey scriptschrijver die tijdens een treinreis wordt beroofd van een origineel manuscript van Shakespeare, dat Goofy hem had meegegeven. De dievegge is een mysterieuze mevrouw, met witte handschoentjes en muiltjes zoals we die kennen van Minnie Mouse. Afijn, na alle speurwerk en omwegen ontmoet Mickey de dame in kwestie en valt als een blok voor haar. En zij voor hem. De ondertitel van het boek is niet voor niets How Mickey met Minnie.

De boeken zijn een succes in Frankrijk en dat snap ik wel. Het is vriendelijk en vertrouwd, en de typische tekenstijlen van anderen geven de wereld van Disney een frisse aanblik. In het geval van Cosey is het kleurgebruik heel treffend en voelt het decor prima aan: het huisje van Mickey is zo anders, maar toch typisch genoeg. Zelfs de pipowagen van Minnie past in het verhaal.

Inmiddels zijn de Fransen al op zoek naar nieuwe tekenaars om de serie uit te breiden. Ik vermoed dat de boeken niet in het Nederlands zullen verschijnen, omdat de Nederlandstalige Disney-markt in handen is van Sanoma: risicoloze marketeers met een voorliefde voor thema-pockets en Donald-dekbedovertrekken, die bovendien niets hebben met Mickey. De delen uit de Mickey Mysterie-pocketreeks die vorig jaar verschenen waren een verademing met spannende verhalen en tof tekenwerk, maar al na twee delen ging de stekker eruit.
We branden een kaarsje in de hoop dat Ballon Media, die de Nederlandse uitgeeftaken van Glénat beheert, ons dit jaar met goed nieuws kan verblijden.

Strips & comics

Gelezen: Sonny Liew – The art of Charlie Chan Hock Chye

Dit is zo’n boek dat je gemakkelijk op het verkeerde been zet. The art of Charlie Chan Hock Chye ziet eruit als een artbook of een anthologie, maar is in feite een geschiedschrijving van Singapore in de vorm van een fictieve biografie: die van Chan Hock Chye, een tekenaar die we volgen in zijn vijftig jaar lange carrière, die net na de Tweede Wereldoorlog begon.

Het verhaal wordt verteld aan de hand van Chan Hock Chye’s politiek getinte strips, die in het album in hun tijd worden geplaatst. Het mooie is dat de strips getekend zijn in de kenmerkende stijlen van die tijd: van Tezuka-achtige manga tot precies nagemaakte MAD-pagina’s en een prachtige Pogo-persiflage. Sonny Liew gaat tot het uiterste om de pagina’s zo authentiek mogelijk na te maken, door zogenaamd originele ingescande pagina’s te gebruiken, met oude rasters, ezelsoren en vergeeld papier. Ook staan er steeds keurig bronvermeldingen bij, die het geheel nog echter maken.

Het kan geen kwaad van tevoren een paar minuten door Wikipedia te scrollen, voor een geschiedkundig overzicht van Singapore, dat gaat van de Britse invloedssfeer naar de onafhankelijkheid en het kortstondige samengaan met Maleisië.

Het verhaal is politiek en Sonny Liew is niet zachtzinnig. Achteraf gezien een gouden greep: In 2014 trok het National Arts Council van Singapore de werkbeurs van Sonny Liew in omdat ze het niet eens was met de toon en teneur van zijn verhaal. Dat zou veel te kritisch zijn voor het tere stadstaatje (lees: de overheid) en daar zijn beurzen nu eenmaal niet voor bedoeld. Het zorgde er stante pede voor dat het boek werd opgemerkt in de Verenigde Staten en van het een kwam het ander: het werd een instant bestseller en ontving een handvol prestigieuze awards.

Los van het geschiedenisverhaal – ik weet nu meer van Singapore dan van Limburg om maar wat te noemen – is The art of Charlie Chan Hock Chye vooral een mooie collectie short stories over politieke spelletjes, Aziatische mores, werkethiek en de ontwikkeling van strips.
Ik viel voor de mooie vormgeving, maar het boek komt pas tot volle glorie als je je in de geschiedenis van Singapore stort. Het is soms pittige kost en het duurt even voordat je alle verwijzingen en ironie naar waarde kan beoordelen, maar je wordt beloond.