Geen categorie

Alle ballen…

Freud zal er vast en zeker een verhaal over dikke piemels bij hebben bedacht, of op z’n minst iets met met weggestopte gevoelens die zich in de eerste vier levenjaren hebben opgehoopt, maar hoe je het ook ziet: verzamelaars zijn vreemde mensen, om niet te zeggen: raar. Sinds de opkomst van Marktplaats en weblogs komen steeds meer curieuze types aan de oppervlakte drijven. Figuren die bijvoorbeeld alles sparen van Winnie de Pooh, Suske en Wiske of Lady Di. Of Philips-folders uit de jaren dertig en veertig, bakkelieten telefoons, Viewmasters of ander kinderspeelgoed van vroeger.
Hun gedrevenheid is guitig, maar tegelijkertijd een beetje sneu. Wie heeft er niet ook gelachen om die documentaire van dat stelletje van in de veertig dat al jaren Kindereieren verzamelt en hun hele huis vol heeft staan met miniautootjes en figuurtjes? Ze gingen zelfs met een magneet naar Duitsland om hun collectie ijzeren figuurtjes te completeren. Stonden ze in een supermarkt doodgemoedereerd de hele voorraad eieren stuk voor stuk te schudden en te wegen, op zoek naar de gele handkar van Pocahontas en het mechanische vliegtuigje, ook bekend als “de zeldzame nummer drie van serie B40”. Deze mensen zijn letterlijk de grens overgegaan: zij schamen zich niet meer, zoals gebruikelijk in die kringen. Vandaar dat Freud zich afvroeg: waarom eigenlijk?
Naar de meeste verzamelingen kun je vooral alleen maar kijken. Iemand die Star Wars poppetjes verzamelt, speelt er nooit mee. Ben je gek, zouden ze zeggen, dat gaat ten koste van de conditie. Die moet immers volkomen nieuw zijn en blijven, want anders is het gewoon een hoop gebruikt kinderspeelgoed dat ordelijk in een vitrinekast is gezet. Want dat is ook een mooie: verzamelaars hebben allemaal glazen vitrinekasten, vaak prominent in de woonkamer, waarin ze hun ziel en zaligheid uitstallen. Handig voor als er bezoek is, want die kunnen er nauwelijks omheen. Ben je bij een verzamelaar op de koffie, dan zit je geheid vast aan een langdurige monoloog over de gouden jaren van de Zippo. Omtrekkende bewegingen zijn zinloos, de verzamelaar wacht op zijn moment als een roofvogel op het konijn. Het is de reden dat men gevoeglijk kan zeggen dat het eenzame mensen zijn en daarom ook klitten verzamelaars aan elkaar als de haren rond het poeperdje van een seniele hond. (Dit soort vergelijkingen is een kolfje naar de hand van Freud: waarom maakt iemand zulke beeldende vergelijkingen als het om mensen gaat?)
Freud vroeg zich af: zijn verzamelaars bang om alleen achter te blijven? Heeft de mens achter de verzamelaar zo weinig intrinstieke waarde dat zijn of haar aanwezigheid in het heden op peil moet worden gehouden door de spulletjes die hij of zij bezit? Hij had er wel ideeën over, maar dat zei evenveel over hem dan over de verzamelaar die hij onderzocht. In dat opzicht was die hele Freud natuurlijk gewoon een verzamelaar van slappe visies en leuterverhalen.
Ik stel me voor hoe het eraan toegaat als een verzamelaar op sterven ligt. Dat hij in zijn laatste minuten naar de familie kijkt en vraagt: “jullie zorgen toch wel dat mijn collectie internationale bierviltjes in de familie blijft hè?” Tuurlijk, zeggen dezelfde mensen van de advertentie op Marktplaats: ‘Twaalf dozen bierviltjes voor de verzamelaar. Alleen afhalen. Tegen elka aannemelijk bod’
Freud zal zeggen dat de verzameling uiteindelijk de verzamelaar heeft overgenomen. Tante Nel is niet langer tante Nel, maar die tante met duizenden hotelzeepjes in de woonkamer, waarbij naar het voorhoofd wordt gewezen.
Zelf spaar ik mooie momenten. Op dit moment staat mijn overbuurvrouw haar wasgoed aan het rek te hangen. Sokken aan weerszijden, haar veelkleurige minuscule broekjes keurig aan de raamkant en de handdoeken in het midden. Het duurt al bijna tien minuten, buurvrouw neemt de tijd. Een heerlijk moment, al zal Freud…

Plaats een reactie