Geen categorie

Alles uit de kast

“Jongens,” zegt Rob, “voordat we gaan beginnen wil ik eerst even de stand van zaken met jullie doornemen. Want die stand van zaken is niet zo best, als ik het mag samenvatten. Van de 320 appartementen zijn er pas zeventien verkocht en het hele boeltje wordt al over twee maanden opgeleverd.”
De aanwezige vastgoedridders aan de ovalen tafel kijken niet geamuseerd. “Dat is geen best score,” zegt Theo, de nestor van de club, die al heel wat heeft meegemaakt maar nu zijn zorgen niet kan verbloemen. Van dit project hadden ze duidelijk meer verwacht. Tuurlijk, de economische teruggang heeft zijn uitwerking op de verkoop niet gemist, maar de schamele score van zeventien? Dat is nog geen tien procent. Je kunt het die mensen die er binnenkort intrekken eigenlijk niet aandoen. Als ze er eenmaal zitten moet op z’n minst de helft van de appartementen bewoond zijn. “We hebben dus nog twee maanden,” zegt Theo om de boel op scherp te zetten. Rob gaat zitten en legt uit waar het vanmiddag om te doen is. “We gaan brainstormen. Nadenken over wat we kunnen doen, over wat er gebeuren moet. Over hoe we de mensen zo gek krijgen om een appartement te kopen in deze tijden.”
Er wordt geknikt. Iedereen is van de ernst doordrongen. Sjoerd, de jongste van de aanwezige projectmanagers, heeft de denksessie uiterst zorgvuldig voorbereid. Voor hem ligt een blocnote met op de opengeslagen pagina een aantal kernpunten, en daarnaast het glossy foldermateriaal en de artikelen uit het huis-aan-huisblad. Naast Sjoerd zitten Anne-Marije en Fleur; tegenover hun, tussen Rob en Theo zit Geerko, de stagiair van de hogeschool en uitgenodigd vanwege zijn frisse kijk op de zaak.
“Waar is het misgegaan?” vraagt Sjoerd.
“Het gekke is,” begint Rob, “er is niks misgegaan. Alles volgens planning, alles naar wens van de markt. We hebben het niet onderschat.”
“En toch maar zeventien verkocht,” vat Theo samen.
Geerko laat een stout proefballonnetje op door doodleuk de verkoopsuccessen van andere wooncomplexen op te sommen. Zelfs van het nog in aanbouw zijnde Van Wassenaer bastion zijn alle appartementen al verkocht. En de Groenoord-flat is ook al zo goed als vol. De helft verkocht uit de folder.
“Kwestie van locatie en prijs”, antwoordt Theo. “De ene kijkt uit over de stad, de andere is betaalbaar en ligt naast een sjieke wijk met veel groen. Van Markveldt ligt ingeklemd tussen de ringweg en een bedrijventerrein. Er is daar nog niet eens straatverlichting.”
“Tja”, zegt Anne-Marije, die we de rest van de middag niet op veel inhoudelijker opmerkingen kunnen betrappen.
“We moeten het mooier maken dan het is, dat lijkt me de truc,” zegt Theo, “want het complex is gewoon niet bijster luxe. Er is op veel bespaard om het betaalbaar te houden.”
“Laten we eens naar de pluspunten kijken”, oppert Sjoerd.
Geerko pakt de folder en somt op hoe Van Markveldt in de markt is gezet. “Rust, ruimte, op 5 minuten van de binnenstad en praktisch aan de ringweg gelegen.”
“Dat laatste klinkt misschien wat ongelukkig”, vindt Rob, “we hadden moeten benadrukken dat je zo op de ringweg zit en niet eerst de hele stad door hoeft om de stad uit te kunnen.”
“Gelegen aan een uitvalsweg was beter geweest,” zegt Fleur.
Rob knikt. “Ik kan me voorstellen dat mensen niet verwachten dat ‘rust’ en ‘gelegen naast de ringweg’ een realistische voorstelling van zaken is, ondanks de zes meter hoge geluidswand.”
“We moeten de mensen gewoon naar de plek lokken. Dat ze zelf kunnen ervaren dat het een hot spot is. Met een winkelaanbod, uitvalswegen en de hele rambam. En vlakbij de Westerheerd.”
“Wat is daarmee?” vraagt Fleur.
“De Westerheerd is van oudsher een buurt waar veel starters wonen. Dat heeft dus aantrekkingskracht.”
“Maar d’r zit een ringweg tussen, en als je er eenmaal bent is er niets te doen.”
Toch moet het volgens Rob niet worden onderschat. “De Westerheerd is magie, zeker voor de doelgroep waar wij op mikken.”
Geerko steekt twijfelend zijn vinger op. Hij woont in de Westerheerd. Hij vindt het er ‘redelijk leuk’ al is er inderdaad niet veel te beleven.
Rob gaat onverstoorbaar verder. Oké, het is misschien niet de meest sprankelende wijk, maar het heeft een goed imago en daar kan de Van Markveldt-locatie mooi op meeliften. “Nogmaals, we moeten de potentiële kopers naar de appartementen brengen. Ze moeten het zien. Ze moeten doorkrijgen dat je zo op de ring zit, dat je zo in de stad bent en dat je vlakbij de winkels zit.”
“Een tapijthal en een bloemisterij,” verduidelijkt Geerko zonder spoortje van ironie.
Sjoerd wijst met zijn luxe balpen naar Rob. “Dus wat jij wil, is de mensen naar de locatie brengen, zodat wij de locatie naar de mensen kunnen brengen?”
Rob knikt. “We moeten ze inpakken via de confrontatie. Ze moeten met een hoop positieve gevoelens naar huis gaan. Als je iets hebt ervaren, dan onthou je dat beter.”
Sjoerd maakt aantekeningen en zegt drie keer dat het goed klinkt. Zijn tafelgenoten zwijgen om Sjoerd de gelegenheid te geven zijn zin af te schrijven. Als Sjoerd opkijkt, gaat de vinger van Geerko direct omhoog. De stagiair ziet het op zich wel gebeuren, maar heeft nog wel een paar puntjes. “Wat je onthoudt na een middagje rondstruinen op de Van Markveldt-locatie is dat er geen stoepen en wegen zijn. Alles ligt er braak. Met aan de ene kant een zes meter hoge wal en aan de andere kant een landerig bedrijventerrein. En hoe mooi de zon ook schijnt, een bult zand met een schaftkeet is nou niet bepaald het uitzicht waar je spontaan warm van wordt.”
“Punt gemaakt,” erkent Rob, “maar we moeten dus niet alleen gokken op de omgeving. We moeten de belangstellenden in de watten leggen. Als de zon het niet voor elkaar krijgt, dan wij wel.”
“Waar denk je aan?” vraagt Theo.
“Een emotiecampagne met een mooi feest als aftrap.”
De wenkbrauwen aan tafel gaan omhoog. “Een feest?”
“Zeker! We zetten er een podium neer en laten er artiesten optreden. Beetje cabaret eromheen, dat doet het ook altijd wel leuk. Hapje, glaasje erbij, en dan actief de mensen anspreken. Vragen stellen, enthousiasme peilen, afspraken maken.” Rob vindt dat er breed moet worden ingezet. “Geen ouwelullenmuziek, maar ook geen dj.”
“Zetten we daar een creatief team op?”
Rob lacht overdreven. “Alsof die weten hoe je huizen verkoopt. Nee, dat hele traject doen we gewoon zelf. Wij staan tenslotte ook het dichtst bij de kern van de zaak. Het verkopen van appartementen.”
Iedereen is gelijk om en de brainstorm verandert van karakter. Het gaat niet langer alleen over de verkoop van woonruimte, maar ook over de invulling van een feest. Het maakt de sfeer meteen een stuk losser. Ineens gaat Marco Borsato over tafel, de Vliegende Panters, gevolgd door de imitatie van een sketch, gelach, een soortgelijke grap van André van Duin, gelach en de vraag of Urbanus eigenlijk nog optreedt.
De ideeën reiken van een salsaworkshop tot het shantikoor met de gebreide mutsen. “Zullen we RTV Noord benaderen? Die zie ik steeds vaker met een feesttent de boer op gaan. Die hebben volgens mij een heel bestand met artiesten.” Knal! Daar wordt het idee van Sjoerd afgeschoten door Fleur. “Ja, en dan de hele middag tussen de bejaarden naar piratenmuziek luisteren en gezellig beppen over het weer, stramme botten en het openbaar vervoer. Dat volk heeft het geld niet eens om een caravan te kopen.”
“Uitjesjagers,” vindt Theo. “Die lui drinken liters koffie omdat het gratis is. En aan het einde van middag ben je altijd alle reclamepennen kwijt.”
Sjoerd haalt bakzeil. “Oké oké, exit RTV Noord. Ik wist niet dat het zo gevoelig lag. Iets met FC Groningen dan?”
Rob reageert enthousiast. “Een meet en greet op de Van Markveldt-locatie met de hele selectie.” Dat ziet hij wel zitten. “En dan laten we speciale T-shirts maken, met Van Markveldt op de borst en op de rug plaats voor handtekeningen. Twee vliegen, begrijp je wel?”
Fleur werpt zich op om FC Groningen te benaderen. Ze zegt terloops te hopen dat die verdediger uit Rusland de telefoon opneemt. Rob stelt haar gerust: voetballers nemen meestal de telefoon niet aan als je een club belt.
“Oké, FC Groningen dus, en wat nog meer?”
“Iets om te lachen!”
“Iets voor jong en oud!”
“Iets waar de mensen op afkomen!”
“Maar,” roept Rob, “dat zijn drie dingen, dat kan natuurlijk nooit.”
“Jawel hoor,” antwoordt Fleur, “Paul de Leeuw.”
Het is een beschaafd rumoer aan tafel. De aanwezigen kunnen het zich maar moeilijk voorstellen hoe het zou zijn als Paul de Leeuw op hún bouwlocatie iets leuks zou doen met het publiek. Dat zou pas echt waanzinnig goede reclame zijn voor de Van Markveldt-locatie.
Het is Theo die de hamvraag stelt. Wat zo’n man kost. Fleur oppert om het internet te raadplegen, maar Geerko weet dat het zo rond de dertigduizend zit. “Is bespreekbaar,” oordeelt Rob.
Sjoerd komt met een voorlopige tussenstand. “We hebben de FC en Paul de Leeuw. Iets van muziek erbij en we zijn klaar, lijkt me.”
“Woont die kerel van Boney M niet in Groningen?”
“Nee, die woont in Almere.”
“O. Die was wel leuk geweest.”
De brainstormers emmeren nog even door over muziek, tot Theo het genoeg vindt. “Ik stel voor dat we over twee weken verder gaan, zelfde tijd, en weer gewoon hier. Lijkt me het handigst.”
De agenda’s en Blackberry’s worden geraadpleegd en nadat de afspraak is beklonken, wordt de brainstormsessie afgesloten met de mededeling van Theo dat er in de volgende meeting knopen moeten worden doorgehakt. “Zoveel tijd hebben we niet meer.” Het enthousiasme onder de overige aanwezigen wordt er niet minder om.
Als de rest vertrokken is, blijven Geerko en Theo over. Geerko is toch nog wel benieuwd. “Wat denk je, Theo? Denk je dat het gaat lukken?”
Theo kijkt de stagiair aan en legt zijn hand vaderlijk op diens schouder. “Geerko jongen, als dit niet werkt, dan weet ik het ook niet meer.”

Plaats een reactie