Geen categorie

Column: Yeehaw! Alle strips gratis op internet!

Was laatst aan het grasduinen in de bak Buddy Longway – Lowietje, toen een schimmige figuur me op de rug tikte. ‘Zou je dat wel doen?’ vroeg hij, wijzend naar het naburige rijtje Lobbes tot en met de Lombard collectie. ‘Die ga je toch niet meer kopen? Dat staat allemaal gratis op internet, man.’

De gozer vertelde me dat ik bij een club kon die strips uitwisselde, via een peer-to-peer-programmaatje en dat alles erop stond, tot en met de Eppo van deze week aan toe. Zo smiespelde hij, voorover gebogen en achterom kijkend, over de voordelen van gratis strips op het internet. Ik zou zien: het is geweldig.
Ik voelde mijn journalistieke inborst ontwaken en heb me direct professioneel opgesteld om het naadje van de kous te weten: ik deed enthousiast en ontfutselde hem in no-time alle informatie.

De anonieme figuur gaf me de url en ik heb, puur vanuit journalistieke motieven waaronder een gezonde dosis nieuwsgierigheid, laat dat duidelijk zijn, die middag zitten rondsnuffelen in share-groepen als ComicsCave, UCL en DutchComix. En daar bleef het niet bij. Lees hier het verslag:

Ik meld me aan bij het netwerk. Mijn online stripleverancier meldt zich in het chat-venster en voegt mij toe aan de beveiligde DutchComix-hub. Achter mijn alias staat een knullige 0,0 GB, wat betekent: snel downloaden en sharen, want voor je het weet ben je een leecher en word je uit de hub geband. Ik open de shared folder van de gastheer en klik drie interessante mappen aan: Robert en Bertrand, Magasin General en Kuifje jaargangen 1958-2002. Ze beginnen binnen te lopen, met 1.6 MB per seconde. Een half uur later heb ik meer dan negentig Vandersteen-klassiekers in comicbookreader-formaat op mijn harde schijf.

Puur en alleen om zuivere journalistiek te kunnen bedrijven, share ik inmiddels meer dan 360 GB aan strips en zit te hele dag in het chatvenster mede-users uit te horen. Op die manier dacht ik uit te vinden waar de strips vandaan komen en hoe de hazen lopen in deze onwelriekende zwendelwereld, maar dat is nog niet zo gemakkelijk.

Ten eerste: om alle Nederlandstalige strips in te scannen en om te zetten in cbr-formaat ben je dag en nacht bezig. Zeker als je het netjes wil doen. Om alle 325 Suskes en Wiskes à 52 pagina’s in te scannen ben je zo zestienduizend minuten bezig. Da’s meer dan 275 uur werk. Waarom zou je?

Ten tweede: wie kan dat betalen? Of anders: wie heeft er toegang tot letterlijk alle Nederlandstalige strips die er zijn? Van de meest curieuze boekjes uit de jaren zeventig tot reclameuitgaven die op de stripveiling van Catawiki voor meer dan tweehonderd euro van de hand gaan, het is allemaal digitaal voorhanden. Daar moet een heel netwerk achter zitten.

Na een maand digitale strips lezen kaartte ik het fenomeen aan bij mijn stripboertje. Die had ervan gehoord, maar wist niet wat ze zag toen ik haar het complete aanbod liet zien. Ze besloot met een krampachtig ‘allemachtig, wie doet hier wat aan?’

Het is crisis en de stripwinkels ontvallen ons met de snelheid van de Jamaicaanse 4 x 100 meter. Ook uitgevers worden steeds terughoudender met wat ze uitbrengen, zeker in het Nederlands. Wordt het tijd om alle strips ook digitaal aan te bieden? Zijn tabletbezitters de uitkomst voor de tanende beeldverhalenbusiness? DC en Marvel zijn al aan het experimenteren, hier lijkt de noodzaak nog niet doorgedrongen.

Alle strips in een cloud met een abonnement zoals Spotify? Of onderbrengen bij Biblionet, de overkoepelende bibliotheekorganisatie en dan cashen via uitleenvergoedingen? BNS, detailhandel en uitgevers aan tafel om na te denken over een verdienmodel die past in onze gedigitaliseerde wereld? Of houden we pas op de plaats tot alle sentimentele argumenten door de werkelijkheid zijn ingehaald?

De Nederlandstalige stripmarkt is klein en overzichtelijk: als het ons niet lukt, dan hoeven we alleen nog maar te wachten. Dan droogt het aanbod vanzelf op. Dan zijn strips voorgoed iets van vroeger geworden.

Plaats een reactie