Strips & comics

De beste strips van 2019

Het bijna afgelopen 2019 voelt aan als een constant stripjaar. Het stak niet onverdeeld gunstig af tegen voorgaande jaren (zie mijn eerdere jaaroverzichten, van 2014, 2015 en 2016 en 2017 en 2018), maar het waren zeker geen zwakke twaalf maanden.
Wat vooral opviel was de overtrokken aandacht voor allerlei verjaardagen die worden gevierd, alsof de stripwereld graag achterom kijkt en het niet zo op heeft met de toekomst. De overdaad aan striphelden die veertig, vijftig, zestig, zeventig en 75 jaar zijn geworden is immens – en dat zal ook in 2020 nog even doorgaan.
We vieren het met een commerciële gretigheid die verraadt dat nostalgie een steeds grotere rol vervult binnen ons striplandschap. Wat je eruit kunt afleiden is dat de strip in de tweede helft van de vorige eeuw een ongekende bloeitijd heeft beleefd (wat zo is) en dat we daar nu nog de handen voor op elkaar krijgen. Er worden maar weinig tienjarige feestjes gevierd, zogezegd. Laat staan dat we nieuwe strips van jonge stripmakers met dezelfde aandacht en toewijding tegemoet treden.

Een paar bijzonderheden waren er te noemen en te vieren: er wordt heel zachtjes een begin gemaakt met strips en graphic novels voor kinderen vanaf tien jaar. Eindelijk is er aandacht voor de leeftijdscategorie die te oud is voor Pol, Pel en Pingo, iets anders wil dan Donald Duck en verder kijkt dan het eindeloze zwaktebod van magere lachertjes als Game Over, Kid Paddle, Minions en Minecraft-baksels.
Hilda was er al even, maar speelde zich in 2019 handig in de kijker door de perfecte Netflix-adaptatie, net als Het dagboek van Cérise, dat eindelijk de oversteek heeft gemaakt van Frankrijk naar Nederland. Dan is er nota bene de ‘serieuze’ uitgeverij Querido die voorzichtige stappen zet in de markt voor jeugdige graphic novels, met de uitgave van het prachtige Jane, de vos en ik. Alles uiteraard in gang gezet vanwege het rapport van de Raad voor Cultuur over de ontlezing en wat eraan gedaan kan worden. Voor wie het heeft gemist: het lezen van strips behoort tot de aanbevelingen.

Nog een opvallend dingetje in 2019 was de tekstloze strip – even afgezien van de Game Overs en dergelijke. Ineens kwam er krachtige, woordloze statements van nota bene drie debutanten: Tremen van Pim Bos, Zwerveling van Peter van den Ende en Beatrice van Joris Mertens, met een hoofdrol voor het filmische en stuwende Beatrice, waarmee Mertens gelijk een homerun sloeg. Het is ongelofelijk hoe een tekstloos verhaal zo helder en precies verteld kan worden: het leestempo neemt af ten gunste van het kijken en het verhaal ontrolt zich voor je ogen. Zó subtiel en sterk.

In 2019 vielen sommige series op (Libertalia, Kinderen in het verzet, Zibeline, Aristophania, 40 Olifanten en Tango), vielen anderen een beetje tegen (spin off van Oorlog van de Lulu’s, Jeremiah, Arthus Trivium, Amorostasia en de uitgeklede integrale van Ragebol) en deed een derde greep precies wat er van ze verwacht werd (Rode Ridder, Undertaker, Broceliande en De vijf van Baker Street).
De integrale-aanwas bleef gestaag doorgaan, met vooral enkele grote reeksen in het verschiet. Speciale aandacht voor de twee uitgaven van Bernard Prince op groot formaat die precies de juiste emoties wisten te beroeren: mooi gerestaureerd, fors en met een goede weergave van de kleuren.

Dan naar de lijstjes, die ik zoals gebruikelijk heb opgesplitst in Nederlandstalig en Engelstalig. Twee woorden vatten het stripjaar 2019 samen: Canada first. In beide lijsten zijn het Canadezen die met de hoofdprijzen naar huis gaan. Fanny Britt en Isabelle Arsenault verrasten het afgelopen jaar met een wonderschoon verhaal over hoop en liefde, bedoeld voor kinderen vanaf tien jaar, maar even goed voor volwassenen. Alleen ongevoelige figuren haken af bij het schitterende Jane, de vos en ik: een parel die kinderen niet alleen aan het lezen en denken zet, maar ook de deuren opent naar de rijkdom aan graphic novels die voor ze in het verschiet ligt. Wat een geluk, wat een schoonheid!

Na twintig jaar rondde de Canadees Seth in 2018 zijn magnum opus Clyde Fans af. Dit jaar verscheen het bekoorlijke werk (vuistdik volgens sommige recensenten, die daarmee Trump naar de kroon te steken voor wat betreft de grootte van hun handen) waarmee alle losse delen van Palookaville eindelijk gebundeld zijn. Het werk is ronduit schitterend, met een melancholische ondertoon die perfect wordt verwoord en verbeeld. Het verhaal over twee broers die terugkijken op hun leven en de onvermijdelijke teloorgang van het ventilatorenbedrijf van hun vader zit heel knap in elkaar: het zijn elkaars tegenpolen wat een prachtig uitgebalanceerd narratief oplevert.

Terug naar de Nederlandstalige lijst die een paar mooie verrassingen kent. Keizerin Charlotte en Een godverdomse klootzak zijn twee series die veelbelovend van start gingen in 2019, terwijl de verstripte werken van Marcel Pagnol altijd van een hoog niveau zijn: Jean van Florette is een verhaal uit twee delen dat de lezer niet snel zal vergeten. Het is hoopvol, hemeltergend en ongelooflijk triest tegelijk.

Bijzonder is het tekstloze Beatrice van debutant Joris Mertens: met tekeningen waar je stil van wordt, vertelt hij een verhaal dat zich zo dwingend en fraai ontwikkelt dat het moeilijk voorstelbaar is dat er geen woord aan te pas komt, én bovendien een echte strip is.

Het achtste deel van de Kat van de Rabbijn is het beste van de hele serie. Vorig jaar was deel 7 al een feest, deze keer is Sfar nog beter op dreef. Alle hulde ook voor de vertaler, die blijk geeft het fijne taalspelletje van Sfar goed aan te voelen en dat perfect weet om te zetten in wervelend Nederlands. Waarlijke taalkunst!

Kleine overwinningen van Yvon Roy is een zeldzaam invoelende graphic novel over een jonge vader die wordt geconfronteerd met een zwaar autistisch kind en op zoek gaat naar een opvoeding die niet aanhaakt bij de reguliere medische zorgmodellen. Dus geen ingekaderde hulpverlening, volgens protocollen en stappenplannen, maar eindeloos geduld en zachte handen. Een boek over liefde, rust en soms heel kleine stapjes vooruit.

Net zo interessant als de albums die de lijst hebben gehaald, zijn de titels die er net naast grepen. Dat zijn in willekeurige volgorde (Klik op de links voor de besprekingen): Buck (Oogachtend), Dagboek van Cerise (Silvester), Puinhopen van Sari 1 (Syndikaat), Wachten op Bojangles (Dark Dragon Books), Darwin (Soul Food Comics), Sprietje (Dark Dragon Books), De Balling (Scratch), Sangre 2 (L), Libertalia (Casterman), Dino (Oogachtend), De onzichtbare man uit de HG Wells collectie (Glénat), Alac Sinner (Sherpa), Cigalon (Saga), Niet nog eens Laura (Vrijdag) en Marcel Grob (Daedalus).
En dan heb je nog de onvermijdelijke stapel van nog te lezen boeken, waar veel potentie tussen zit: De dolende God, Extases, In Hollandia Suburbia, Rusty Brown en De smokkelaar, om er een paar te noemen.

Top 10 2019 Nederlandstalig

1 Fanny Britt & Isabelle Arsenault – Jane, de vos en ik (Querido)
2 Yvon Roy – Kleine overwinningen (Daedalus)
3 Joann Sfar – Kat van de rabbijn: Amandelmandje (Dargaud)
4 Joris Mertens – Beatrice (Oogachtend)
5 Alexandre Tefenkgi, Serge Scotto & Eric Stoffel, naar Marcel Pagnol – Jean van Florette (Saga)
6 Aimée de Jongh – Taxi (Scratch)
7 Posy Simmonds – Cassandra Darke (Harmonie)
8 Fabien Nury & Matthieu Bonhomme – Keizerin Charlotte (Blloan)
9 Vittorio Giardino – Jonas Fink (Saga)
10 Régis Loisel & Oliver Pont – Een Godverdomse Klootzak 1 (Blloan)

Zoals gezegd, ook de Engelstalige top 10 heeft een Canadese nummer 1. Clyde Fans van Seth is een totaalbelevenis, een feest van beeld, tekst en thematiek. Alle losse Palookavilles achter elkaar is nog niet helf het effect van het forse leeswerk dat Seth in een kunstig foedraal bezorgde.

De nummer 1 van vorig jaar, Carole Maurel, staat nu op de tweede plaats, met het trieste maar o zo mooie Waves, over een lesbisch stel dat een kind verliest voor het geboren wordt.

Ghost Tree is een grote verrassing: de mini-serie van vier comics was een voltreffer, net als het poëtische Pope Hats van Hartley Lin, die met het zesde deel een nieuwe weg inslaat. Let op die naam: Pope Hats is een van de echte schatten van de hedendaagse stripwereld.
Op de valreep van het jaar knalde Kevin Huizenga’s River by Night nog de top 10 binnen, net als Manor Black van Colin Bunn en Tyler Crook.

Without further ado:

Top 10 2019 Engelstalig

1 Seth – Clyde Fans (D+Q)*
2 Carole Maurel & Ingrid Chabbert – Waves (Archaia)
3 Bobby Curnow & Simon Gane – Ghost Tree (IDW)
4 Hartley Lin – Pope Hats #6 (Adhouse Books)
5 Alessandro Tota & Pierre van Hove – Memoirs of a book thief (SelfMadeHero)
6 Kevin Huizenga – The river at night (D+Q)
7 James Sturm – Off season (D+Q)
8 Mariko Tamaki & Rosemary Valero-O’Connell – Laura Dean keeps breaking up with me (First second)
9 Lorena Alvarez – Hicotea (Nobrow)
10 Colin Bunn & Tyler Crook – Manor Black (Dark Horse)

* voor een uitgebreide beschouwing verwijs ik naar mijn interview met Seth in Stripgids #5.

Tot slot het allegaartje dat het jaaroverzicht volgens traditie afsluit:

Ook mooi in 2019

1. De geweldige ontvangst van de 9e Kunst, die in een vrolijke vaart en met een grote groep mensen in gang is gezet (en dit is pas het begin!)
2. Het fraaie Wilbert Plijnaar, Rotterdammer in Hollywood, een fijn lees- en bladerboek voor de fijnproever die er op tijd bij was, vanwege de heel beperkte oplage
3. De geestige verhaaltjes van Mamette en dan vooral dat ik niemand ken die er ook maar iets aan vindt (en hierbij alvast gezegd: wacht maar tot De souvenirs van Mamette wordt vertaald, dat is nóg veel leuker)
4. De expositie van Moebius in het Duitse Brühl was zeer de moeite waard, terwijl de exposities in Angouleme van Alex en Futuropolis tegenvielen
5. Alone van Chabouté, een leeservaring om stil van te worden

Reacties uitgeschakeld voor De beste strips van 2019