Strips & comics

De beste strips van 2020

Tussen alle lockdowns en winkelsluitingen door was 2020 best een goed jaar. Geen hoogvliegend geheel, maar evengoed geen teleurstellend jaar wat nieuwe strips betreft. Leuke verrassingen (Larcenets Groepstherapie) werden afgewisseld met jammere titels (het slotdeel van De gouden eeuw van Pedrosa) en zo dartelde het van januari naar december. Zoals altijd, zoals je ook kunt zien in mijn eerdere jaaroverzichten, van 2014, 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019

Behalve de sympathieke geste de leveringen aan alle stripwinkels op te schorten vanwege de verplichte, eenzijdige winkelsluitingen in Vlaanderen en het verschijnen van het gratis Striphelden versus Corona, wordt 2020 niet herinnerd als het jaar waarin veel bijzonders gebeurde. Bijvoorbeeld dat er eindelijk eens werk wordt gemaakt van het digitale stripaanbod, al is Izneo nu ook in het Nederlands beschikbaar, zij het schuchter en onder de radar. Het jaar 2020 is vooral het jaar van binnen zitten, van inhuizige vakanties en van het zoeken naar individueel vertier: feitelijk toch ideale omstandigheden om veel (strips) te lezen, zou je zeggen.

Er verschenen interessante debuten, vooral in Vlaanderen, met Thibau Vande Voordes Kever en de Koning (Oogachtend) als hoogtepunt. Meer en meer ontwikkelt Oogachtend zich als een uitgever die oog heeft voor de nieuwe lichting stripmakers. Dat is een positief punt, al hebben al die debutanten voorlopig een Belgisch paspoort.

Het hele gedoe met al die zwakke hommage-albums is gelukkig bijna verdwenen – ik zou er beter niets over zeggen om geen slapende honden wakker te maken.

Het uitgeven van fraaie integrales gaat vrolijk verder, bijna altijd met zorg en veel extra’s, om de stripliefhebber flink te verleiden. De Biddeloo-jaren van De Rode Ridder (Standaard) zijn prima guilty pleasures, de keurig vormgegeven afstofbeurt van de avonturen van Govert Suurbier (Le Lombard) met leeslint, gouddruk, mooi papier en een fraai dossier verdient een groot publiek. Peter de Wits Stampede integraal (Sherpa) is ook zeer geslaagd en wat Sherpa betreft geldt dat ook voor Chaos en evenwicht van Moebius.

Zoals ieder jaar heb ik de titels opgesplitst in een Nederlandstalige en een Engelstalige lijst. Het wijst zich vanzelf. Bij de Nederlandstalige lijst moet ik er alvast bij zeggen dat die vast niet compleet is: ik had graag meer albums gelezen, maar dat zat er niet in. Zeker in de laatste twee maanden verschenen de albums in een sneltreinvaart. Ik had De Bom graag willen lezen. En soms wacht ik omdat ik een tweeluik of trilogie liever in één keer lees (Beestenburcht, Het Beest en Keizerin Charlotte).

Bijzondere vermeldingen zijn er voor de integrales van Gilles de Geus, met name de eerste, vanwege het geweldige dossier van Ronald Grossey. Ook Tussen hemel en aarde, het laatste deel van de ondergewaardeerde reeks Mamette van Nob (Matsuoka) verdient een pluim. Het is een integere en fraaie serie die steeds sterker wordt. Dat kunnen we van Krasse Knarren (Dargaud) niet zeggen: het laatste deel viel ronduit tegen.

De top 10 is van alles wat: de onbetwiste nummer 1 is van de Vlaming Ben Gijsemans, die na zijn debuut Hubert er met Aaron nog een flinke schep bovenop doet. Het is indringend, confronterend en tegelijk prachtig verbeeld. Het verhaal doet wat met de lezer, het is een tour de force die nog lang nazindert.

Rochettes De wolf is een complete verrassing: het was nauwelijks aangekondigd, het was er ineens. En hoe: het is niets minder dan een moderne klassieker, een album dat vast nog jaren wordt aangehaald. Terecht. Hetzelfde geldt voor Moeder met kind van Lax, een auteur die zelden zwakke boeken maakt. Met deze graphic novel – in samenwerking met het Louvre – heeft hij zich overtroffen. Helaas niet bijster opgepikt, en daarom hierbij een pleidooi om het een kans te geven. Het is te goed en te knap om onopgemerkt te blijven.

NEDERLANDS

1 Ben Gijsemans – Aaron (Oogachtend)
2 Rochette – De wolf (Casterman)
3 Christian Lax – Moeder met kind (Daedalus)
4 Guarnido & Ayroles – Goud van de zwendelaar (L)
5 Olivia Burton – Een Engelsman in mijn boom (Scratch)
6 Paul Gastine & Jérome Félix – Tot de laatste (Saga Uitgaven)
7 Rothier & Brüno – Junk (Hum)
8 Paco Roca – Schat van de Black Swan (Soul Food Comics)
9 Cassegrain, Duval & Bussi – Zwarte waterlelies (Dupuis)
10 Maarten Vande Wiele – Madame Catherine (Oogachtend)

In het Engels verscheen weer genoeg moois, ook al stond het jaar overzee vooral in het teken van de onttakeling van distributiemonopolist Diamond. Nu ligt niemand er wakker van als er minder slappe aftreksels van de zoveelste reïncarnatie of reboot van Spider-Man of Batman verschijnen, maar Diamond distribueert ook de echt veel interessantere indie-comics en werk van uitgevers als Image, Boom, Fantagraphics en Drawn & Quarterly. Het is allerminst helder wat er in de VS gaat gebeuren en welke weerslag dat heeft op het comic-aanbod in Nederland. Voorlopig gaat alles in een lager tempo zo goed en zo kwaad als het gaat gewoon door.

Een goede ontwikkeling is de keuze om meer afgeronde mangaverhalen te vertalen in het Engels. Mita Ori’s Our Dining Table (Seven Seas Entertainment) is een ontdekking, net als het complete oeuvre van Inio Asano, van wie ik begin dit jaar het mooie Downfall (VIZ Media) las. Het nog steeds doorlopende verhaal The Girl from the Other Side van Nagabe blijft heel sterk, al mag het intussen stilletjes naar een apotheose toewerken, wat mij betreft.

Leuk om te ontdekken: drie van de tien Engelstalige boeken in de top 10 zijn van Britse makelij en dat hadden er gemakkelijk meer kunnen zijn: Matthew Dooley’s Flake is een wereldwijde lijstjesstrip en ook twee titels van Avery Hill gooien hoge ogen: Breakwater van Katriona Chapman en Owen Pomery’s Victory Point (net buiten de top 10; op 11, voor wat het waard is)

Het span Brubaker en Phillips maakt al jaren geweldige strip noir reeksen (Criminal), maar dit jaar verrasten ze echt met het korte en krachtige Pulp (Image). Het zou de geheide nummer 1 zijn geweest, als Katie Skelly’s Maids niet mijn pad had gekruist. Wat. Een. Verhaal. Maids is de ontdekking van het jaar: een klein boekje, met houterige tekeningen en een donkere vibe. Wie van Maids de bibberaties niet krijgt, mist een essentieel stukje in het hoofd.

ENGELS

1 Katie Skelly – Maids (Fantagraphics)
2 Ed Brubaker & Sean Phillips – Pulp (Image)
3 Matthew Dooley – Flake (Jonathan Cape)
4 Noah van Sciver – The Complete Works of Fante Bukowski (Fantagraphics)
5 Adrian Tomine – The loneliness of the long-distance cartoonist (D+Q)
6 Katriona Chapman – Breakwater (Avery Hill)
7 Inio Asano – Downfall (VIZ Media)
8 Jesse Lonergan – Hedra (Image)
9 Craig Thompson – Ginseng roots (Uncivilized books)
10 Yoshiharu Tsuge – The Swamp (D+Q)

Tot slot het allegaartje dat het jaaroverzicht volgens traditie afsluit:

Ook mooi in 2020

1. De workshop van Inio Asano tijdens het stripfestival van Angoulême, dat eind januari nog gewoon doorging (het lijkt eeuwen geleden). Asano vertelde onderkoeld en lacherig over zijn werk en vooral over zijn ambitie om een klapper te maken, zodat hij niet meer hoeft te werken. Heel onjapans, maar wel een verademing.

2. De documentaire Underpaid and Overworked: Being an Animator in Japan van The Voiceless is een pijnlijk inkijkje in het leven van de honderden anonieme mensen die dag in dag uit aan het tekenen zijn. Het is schokkend om te horen dat een jonge mangaka onomwonden zegt dat ze zich oké voelt zolang ze haar hongergevoel negeert. Pittig.

3. Het artikel van Jan Venselaar op 9e Kunst over de stand van de strip en de reuring die dat opleverde in de vaderlandse stripgremia was een ander soort hoogtepunt. Het verscheen in mei en intussen zijn er voorzichtige plannen voor een branchevereniging en een kenniscentrum in de week gelegd. Veel goede bedoelingen dus, waarmee we met een gerust hart 2021 in kunnen. Wordt vervolgd.

Reacties uitgeschakeld voor De beste strips van 2020