Geen categorie

De God van Nederland ziet alles

De God van NederlandAls je zoekt, dan vind je het in de (zeventien) beter gesorteerde boekhandels van Nederland: De God van Nederland, een literair/cultureel/sociologisch/humoristisch tijdschrift dat ieder seizoen verschijnt. Het voorjaarsnummer gaat over blaadjesmakers en het toeval wil dat ik al mijn hele leven* blaadjesmaker ben. Met andere woorden: verplichte kost.
In nummer 6 draait het om de types die de wereld mooier maken met blaadjes en tijdschriften die er zonder hun inzet niet zouden zijn geweest: makers van fanzines over strips, muziek of een bepaald soort brommer, over horrorfilms of erotische verhalen, uiteraard verluchtigd met frivole illustraties. Het is de wereld van de typemachine, Letraset wrijfletters, rubbercement, lichtbak, langwerpige nietmachines en het kopieerapparaat. Handwerk, hobbyisme en allemaal hoogst persoonlijk.

In de gevoelige uiteenzetting ‘Blaadjes zijn van alle tijden’ maakt Dirk van Weelden duidelijk waar het om draait: “(het is niet) het door zoekrobots en marketinggenieën gevulde kleurige drukwerk bij de kassa van de supermarkt (…) maar (het is) de onuitroeibare neiging van groepen mensen om een reeks papieren publicaties te beginnen die in woord, beeld en vormgeving iets uitdrukken wat uiterst belangrijk (is) en onmisbaar, ja volslagen nieuw of op z’n minst ongelooflijk grappig of razend interessant. Althans, volgens de blaadjesmakers.”
Van Weelden schetst een herkenbaar beeld van ambitie, het bereiken van alles behalve de massa, de volslagen vrijheid van doen en laten, het knutselaspect en de moeite die er gedaan moet worden om überhaupt gelezen te worden. Als dat al een doel op zich is.
Verder spreekt De God van Nederland met blaadjesmakers als Dennis Gaens (Kutgitaar), Barbara Stok (Barbaraal), Gerard Stigter (Barbarber), Jan Kooi (Prime Time Magazine) en Peter Schröder (Hitweek). Allemaal barstens interessant, want het gaat voornamelijk over dat lieve, tegendraadse en onvoorziene. Rapen, nieten, vouwen, opsturen en er dan geen cent aan overhouden. Zeiken over themanummers, redactionelen en zin maken.
Volgens hardcore fanzineur en letterkoning Frits Jonker, van wie vorig jaar de 732-pagina’s tellende verzameldoos Showcase verscheen, vol met blaadjes, fanzines, dagboekstroken en dergelijke, ging het aanvankelijk om de complimentjes en de aandacht, maar kwam het plezier van het maken steeds meer naar de voorgrond. Het gaat om de creatie, de bezigheid. De verrassing.

De God van Nederland heeft zich ook aan een heuse Bladen en Blaadjes Prijs gezet: vier kenners, te weten Piet Schreuders (Poezenkrant en Furore), Yolanda Huntelaar en de beide uitgevers, Bob Polak en Frederik van der Kamp, hebben zich door zes decennia blaadjes geworsteld en zijn met een zestigtal titels op de proppen gekomen die de crème van de crème zijn.
Het gaat wat ver om de minutieuze selectie- en beoordelingscriteria te bespreken, maar ik geloof dat het goed is. Om niet alles te verraden laat ik de top tien ongenoemd. Wel dat het allemaal titels zijn van weleer: zeven van voor 1975. Alleen de PoKra verschijnt tegenwoordig nog, en oké, Furore was er laatst na elf jaar ook weer met een geweldige editie over Le Ballon Rouge.
Van Speijk -je weet toch- vinden we terug op een verdienstelijke 32ste plek; een heus traantjesmoment. Ik zou bijna zeggen: daar doe ik het al zeventien jaar voor. Sterker nog, de redactie is stante pede bijeen geroepen en heeft de inhoud van nummer 29 besproken. Dat wordt weer als vanouds een prachtig blaadje, bedoeld voor mensen die snappen waarom Van Speijk moet bestaan, zoals Van Weelden het zo treffend verwoordt. Het duurt nog wel even trouwens, alle tijd om achter De God van Nederland aan te gaan.

* De Familiekrant (1982-1984), Kartoen (1986-1989), Fresco (1989 -1993), Van Speijk (1996-nu).

Plaats een reactie