Geen categorie

De nieuwe Stadsdichter van Groningen: de twee kanshebbers en de outsider!

Afgelopen vrijdag werd het me voorafgaand aan de uitzending van het OOG-radio programma Forum opnieuw gevraagd: wie wordt de nieuwe Stadsdichter van Groningen? Ik reageerde zoals ik tot nu toe steeds deed, met een ‘daar doe ik geen uitspraken over’.
Beetje flauw, en omdat het me toch nog meer dan eens zal worden gevraagd, ben ik gaan nadenken. Bij deze dus mijn twee kanshebbers en een outsider. Voor de fun én in de hoop dat het nog een vrolijke maand gaat worden, met veel suggesties, mogelijkheden en peilingen. Zodat het net een echte verkiezing lijkt.
Ik nodig dan ook iedereen van harte uit zijn of haar voorspellingen met mij -en de rest- te delen. Hier gaan we:

Mijn eerste kanshebber is de Woeste Jongeling.
Joost Oomen is ongeveer overal en valt bij iedereen in de smaak met zijn geestdriftige, humoristische en gevoelige optredens. Zijn gedichten zijn poëtische cadeautjes vol mooie zinnen, melodieuze wendingen en vocale erupties (om maar eens een prominente poëziebaas te citeren).
De Woeste Jongeling is pas 22 en toch een relevante gegadigde voor het ambt, al zullen sommigen hem te jong vinden, om welke reden dan ook. Maar toch. Hij zou een goede Stadsdichter zijn, met zijn tomeloze inzet, ideeënstroom en het plezier waarmee hij de afgelopen jaren de poëzie onder de aandacht heeft gebracht, met name op scholen en voor jongeren.
En daar komen we meteen aan bij een dikke plus voor de Woeste Jongeling: je kunt tegenwoordig geen kadernota of cultuuradvies openslaan, of er wordt bijzonder gewichtig gesproken over jongerenparticipatie en talent-ontwikkeling. Ding-dong, speciale aanbieding! De Woeste Jongeling is de aangewezen persoon om jongeren te betrekken bij poëzie. Je gaat ook niet naar je oma om te vragen hoe YouTube werkt. Alleen een dove jury slaat dit argument in de wind en kijkt om de Woeste Jongeling heen.
Daarnaast heeft de Woeste Jongeling veel ervaring in het organiseren van toffe poëzieavonden en is hij intussen bij uitgeverij Passage gedebuteerd met De Stort. Hij staat al met al midden in de dichtersscene van Groningen, en dat is zelfs mij na twee jaar hard werken niet gelukt. Bovendien krijgt hij hordes mensen op de been. Kom daar maar eens om in Groningen, waar Cees Nooteboom onlangs tijdens een gesprek naar zijn eigen echo kon luisteren.
Mocht de Woeste Jongeling geen Stadsdichter worden dan lijkt het me een verdomd moeilijke klus hem nog twee jaar in Groningen te houden.

Mijn tweede kanshebber is de Grote Nol.
Arjen Nolles, opperhoofd en naamgever van de werkelijk unieke hotspot Nollywood, waar tout literair Groningen graag gezien wordt, is al jaren de man achter hét poëziefestival van Groningen, Dichters in de Prinsentuin.
De Grote Nol heeft een zeer eigenzinnig oeuvre waarvan ik hartstochtelijk fan ben (komt u gerust eens bij me langs, om in mijn werkkamer een originele Nol aan de muur te zien hangen). Met de Grote Nol aan het roer krijgt dichtstad Groningen er met gemak twee (of meer) dimensies bij.
Hij treedt beduidend minder op als dichter en heeft wat dat betreft een paar streepjes achter op de Woeste Jongeling, maar aan de andere kant: toen ik Stadsdichter werd was ik ook al anderhalf jaar in de luwte aan het krabbelen. Die overeenkomst is dus een keiharde pre.
De Grote Nol is gelukkig getrouwd met Rolien Scheffer en ook dat kan gerust een pluspunt worden genoemd. Mevrouw Rol is zakelijk coördinator van SLAG en als zodanig zijdelings betrokken bij de de verkiezing van de nieuwe Stadsdichter, als hand-en-spandienstige namens de gemeente. Zij zit niet in de jury; daarin is een ander prominent SLAG-lid vertegenwoordigd, in dit geval de secretaris van de club. De andere twee juryleden zijn voorgedragen door de mensen van de Poëziemarathon, één van de drie onderdelen van SLAG, waarvan ook het eerdergenoemde Dichters in de Prinsentuin deel uitmaakt.
Overigens betekent dit niets. Verwacht hier dus geen Haarlemse toestanden, waar belangenverstrengeling inzet was van een rel die maanden duurde en waardoor uiteindelijk koppen rolden. In Groningen is het dichtersgezelschap veel te aanminnig om zich met dergelijke onwelriekendheden bezig te houden. Berusting is hier ter stede nog immer een deugd: mogelijke machtsspelletjes worden eenvoudig niet geloofd.

De kandidaat die ik als outsider beschouw, is de Vrolijke Geestige.
Paul Borggreve, ds van voren, is al jaren onvermoeibaar rijmend dichter en heeft een gevolg waar menig lokaal dichter slechts van kan dromen. Bij een poëzieavond van de Vrolijke Geestige zit met gemak een mannetje of tachtig, honderd. Het is er bovendien altijd erg gezellig. Ook het dichterlijke en zeer vermakelijke gratis digitale tijdschrift Kladblok komt uit de koker van de Vrolijke Geestige.
Dat hij zowel kanshebber is als outsider, komt omdat de Vrolijke Geestige zich tot het zichzelf serieus nemende deel van dichtend Groningen verhoudt als destijds Driek van Wissen dat deed tot het getormenteerde landelijke poëtenvolkje.
Komt de Vrolijke Geestige als Stadsdichter uit de bus, dan kunnen we twee jaar lang genieten van zijn gezellige boel met veel rijmwoorden en boze gedichten over innerlijke werelden vol onrecht, gebrek aan erkenning en pijn van collega-dichters die het hebben afgelegd in de verkiezing.
Geen gek idee gezien het huidige tijdsgewricht: de dominee die verlossing predikt van wat de crisis onder de mensen aanricht. Wie zegt dat poëzie niet uit het leven gegrepen kan zijn?

Dit was mijn bijdrage aan de voorpret rondom de verkiezing van de zesde Stadsdichter van Groningen en mijn opvolger. Mee (on)eens? Lamahore dan!

Plaats een reactie