Geen categorie

De paden op!

De stand van de strip in Nederland is ondertussen even uitvoerig beschreven en bestudeerd als de stand van de maan. Conclusie: het gaat lekker. Een aantal lieden is de laatste jaren namelijk bijzonder voortvarend bezig met de algehele acceptatie van het beeldverhaal in Nederland. De strip-COC gaat als een speer en iedereen in het wereldje begint de euforie al een beetje te ruiken. De gezichten staan op stralen. Een vakbond, een opleiding, een paus, het begint er al aardig op te lijken. ’s Avonds in bed liggen we te denken: gaat het nu dan echt lukken met ons beeldverhaal? Worden we eindelijk voor vol aangezien? Krijgen we hier ook Franse toestanden? De oogjes twinkelen, dat zou mooi zijn.
De feiten liegen er niet om: er worden zelfs strips besproken in serieuze kranten. Diverse boekhandelketens ruimen een steeds groter hoekje in voor de grafische novelle en educatieve uitgeverijen ontdekken de voordelen van het hapklare karakter van de strip. Er is nog net geen eigen minister.
Eerlijk is eerlijk, ik draag die hele boel een warm hart toe. Je wilt over dertig jaar tenslotte niet voor onbegrepen hobbylul versleten worden, met je kasten vol maffe boekjes. Toch zit er een angel aan het bijtje: er wordt dan wel hard gestreden vanuit het veld, aan de andere kant blijft het angstvallig stil. De andere kant, dat zijn de mensen. Hoe onzalig het tussen al het geronk en geopwaardeer mag klinken: de mensen hebben geen behoefte aan strips en willen grosso modo eigenlijk helemaal niet eens lezen. Ze hebben tegenwoordig genoeg aan andere vormen van vermaak. Misschien moeten we eraan wennen dat het stripminnende Nederland marginaler is dan we willen geloven. Door de voortvarende koers van de acceptatiebrigade lijkt het alsof ze van rolschaatsen volkssport nummer 1 willen maken.
Zelfs kunstacademiestudenten, waarvan je toch mag verwachten dat ze gretig zijn, of zo, weten niet wie Clowes en Eisner zijn. Het interesseert ze niet. Strip is iets van toen je klein was. Als je opgroeit met Jan, Jans, Suske, Wiske en Donald Duck maak je niet automatisch de stap naar de grote heren van de graphic novel. Net zo min als je van Carry Slee vanzelf belandt bij AFTh. En die kronkel lijkt maar moeilijk uit te bannen bij de heren stripmissionarissen.
Het Stripmuseum, toch het uithangbord van het medium, is er voor dagjesmensen. Stripliefhebbers hebben er nauwelijks iets te zoeken, voornamelijk omdat er geen bibliotheek is en de muur met Stripschriften na drie bezoekjes wel zo ongeveer gezien is. Ook ik heb de mechanische Eucalypta-met-microfoontje domme opmerkingen laten uitkramen, gelachen om het omgevallen huis van de Biereco’s en de reuze-Schannulleke onzedelijk betast, maar als dat mensen over de streep moet trekken, dan is er iets mis met je realiteitszin. Geef vaders de kans Eric de Noorman, Thé Tjong-Khing of desnoods Jo Suus en Jokko aan hun kinderen te laten zien. Geef de jeugd – toch de stripliefhebbers van de toekomst, nietwaar? – de mogelijkheden zelf te ontdekken dat er prachtige strips zijn over de Middeleeuwen, onbewoonde eilanden en dino’s. Laat ze in albums bladeren, in plaats van ze langs muren met uitvergrote plaatjes te dirigeren. Je gaat ook niet naar een cd luisteren tijdens een concert, dan wil je de band zelf horen. Maak dat mogelijk, in plaats van te brallen over een serieuze stripprijs van zoveelduizend euro. Laat je eigen navel eens met rust. Wees een ambassadeur in plaats van een bevestiging zoekende eigenpijper. (Maar dat terzijde)
Zo’n ambassadeur gaat bijvoorbeeld naar scholen. Wat is leuker dan over Willem van Oranje te leren aan de hand van Gilles de Geus? De Grieken en Romeinen worden een stuk sprankelender met de albums van Alex. Geef les over Iran met Persepolis, lees samen met middelbare scholieren Onder Palestijnen of Maus. Als die zinnige kant wordt uitgelicht, ziet de toekomst er een stuk florissanter uit. Voorwaarts dames en heren activisten, de paden op! U heeft er zelf voor gekozen.

Plaats een reactie