Geen categorie

Geen woorden

Er is hier iets eigenaardigs aan de hand, iets dat zelfs typisch Nederlands kan worden genoemd. Deze eigenaardigheid kunnen we samenvatten als een volkomen gebrek aan woorden. Gaat het over onze gevoelens, dan zeggen we doorgaans gemakshalve dat we er geen woorden voor hebben. Altijd goed. Rampen zoals de aanslag op Koninginnedag? We zijn massaal stil en hebben er geen woorden voor. De moord op Pim Fortuyn, de dood van Ramses Shaffy, de vermeende mishandeling van Muppie: hoezeer we ons ook inspannen, we houden het bij dat ene zinnetje. We staan er een beetje bij en halen onze schouders op. We weten echt niet wat we moeten zeggen.
Maar ook in tijden van voorspoed ontbreekt het de Nederlander vaak aan de juiste woorden. Toen Sven Kramer goud won op de vijf kilometer en hij die avond werd gehuldigd in het Holland House, sprak hij de bekennende woorden: “wat ongelooflijk veel mensen, zo mooi, ik heb er geen woorden voor.” Een paar dagen later had Sven ook geen woorden voor de kapitale fout op de tien kilometer. “Echt vreselijk”, zei hij, “ik heb er geen woorden voor.” En wat twitterde zilveren-medaillewinnares Annette Gerritsen direct na Kramers desastreuze baanfout? Juist: “Echt ongelooflijk! Geen woorden voor…” Welbeschouwd is hiermee het succes van Twitter angetoond, want voor mensen die nergens woorden voor hebben is 140 tekens ruim voldoende.
Om het rijtje compleet te krijgen: Ireen Wüst verklaarde tot drie keer toe uitgelaten dat ze geen woorden had voor haar gouden-medaillerit en ook Nicolien Sauerbreij had ze niet paraat. Het gaat overigens niet alleen om topsporters: nadat Sieneke de nationale voorronde van het songfestival won, zong ze het liedje gerust nog een tweede keer, maar had tegelijkertijd geen woorden voor wat haar was overkomen. Typisch Nederlands? Ik vermoed van wel, misschien zijn we veel minder uitgesproken en spontaan dan we denken.
Ondertussen moet ik ook kritisch naar mezelf kijken. Ik hoorde afgelopen week dat er geen plaats meer is voor mijn column als het Dagblad overstapt op tabloid-formaat. Niet vanwege de ruimte, maar omdat er wordt ingezet op verdiepende achtergrondverhalen en dat zijn columns per definitie niet. Ik vind het vreselijk jammer en verder heb ik er geen woorden voor. Op zich heel Nederlands, maar het erge is: ik moet nog vier columns schrijven tot het einde van maand. Hopelijk vind ik op tijd de woorden weer. Ik hou u op de hoogte.

Plaats een reactie