Strips & comics

Gelezen: Will Eisner – The Centennial Celebration 1917 – 2017

Het Musée de la Bande Dessinée in Angoulême pakt ieder jaar flink uit tijdens het grootste stripfestival van Europa, dat onlangs plaatsvond van 26 tot 29 januari.

Vorig jaar was er de bekroonde expositie met het werk van Morris en dit jaar was het de beurt aan Will Eisner, vanwege zijn honderdste geboortedag. Mensen die mijn boekenkast kennen weten dat ik de auteur van Een contract met God, Dropsie Avenue en The Spirit erg hoog heb zitten en dat die anderhalve meter plankruimte wat mij betreft behoort tot de mooiste uit de stripgeschiedenis.

Dat ik in Angoulême de kans kreeg om naar een enorme hoeveelheid originele pagina’s, schetsen, splash-pages en studies te bekijken zorgde voor een prettige geeky opwinding en de expositie was inderdaad één grote ooh en aah.
Het was niet alleen de herkenning, maar ook het gevoel om zo dicht op het ambacht te zitten: tot op het kleinste detail naar het echte vakwerk te kijken is echt een bijzondere ervaring. Het was pure magie, weet je wel.
Tot zover de ontboezemingen.

Bij de expositie verscheen het tweetalige naslagwerk Will Eisner – The centennial celebration 1917 – 2017, waarin veel van die originele pagina’s en illustraties zijn opgenomen. Het boek is veertig centimeter hoog, waarmee alles goed te zien is: het wegwitten van foute lijntjes, het precieze arceerwerk, de pagina-opmaak en de trefzekere lijnvoering.

Het boek opent met drie informatieve essays van Paul Gravett, John Lind en zijn uitgever Denis Kitchen, die zeer lezenswaardig zijn en voor een introductie prima in orde. Eisners werk wordt beknopt besproken en terecht geroemd, maar dat is niet voor het eerst. Vanwege zijn statuur en verdienste voor het beeldverhaal is Eisner al jaren een dankbaar onderwerp van studie. Wie meer -of alles- over hem wil lezen kan terecht bij een keur aan naslagwerken waarvan A Spirited Life van Bob Andelman en A Dreamers Life in Comics van Michael Schumacher uitvoeriger en diepgravender zijn.

Maar zoals men dan zegt: het gaat om de plaatjes, en die schitteren in The Centennial Celebration. Voor letterfetisjisten valt er ook genoeg te genieten, want Eisner letterde alles zelf en deed dat met toewijding.
Ik noemde de expositie van Morris, die vorig jaar te zien was en waarbij het overzichtswerk De Kunst van Morris verscheen. Dat boek liet het werk vanuit meerdere kanten en aan de hand van een aantal interessante onderwerpen zien, wat het interessant maakt voor een grote groep lezers: fans, liefhebbers en mensen die vroeger Lucky Luke lazen.
The Centennial Celebration is meer een chronologische opsomming geworden met summiere begeleidende teksten, die vaak niet meer vertellen dan wat er te zien is. Aan de andere kant staan er in Eisners boek ook een aantal complete verhalen, waardoor je die in hun puurste vorm kan lezen. Voor de fan het summum, voor de geïnteresseerde stripliefhebber zeer de moeite waard.

Het boek is niet goedkoop, maar de uitvoering rechtvaardigt het prijskaartje. Het echte werk moet zo echt mogelijk zijn, daar kun je nu eenmaal niet op bezuinigen.