Geen categorie

Jij Klaas-Jan, ik Gabril

Naast de ingang van de Albert Heijn in Helpman, waar normaal gesproken studenten in bodywarmer staan te jengelen met een landelijk ochtendblad, hangt sinds kort een groepje scholieren rond. Ze zijn beweeglijk, spieden alert naar voorbijgangers en spreken ze brutaal aan. Het gaat de jongens van een jaartje of twaalf, dertien om voetbalplaatjes. In hun handen hebben ze stapeltjes ruilkaarten.
“Hé meneer, ga jij boodschappen doen?” vraagt de grootste van de drie, als ik mijn fiets op slot zet. Ik knik. “Mag ik dan je voetbalplaatjes?”
Alsof ik ze zelf ook spaar, vraag ik of hij een beetje interessant ruilmateriaal heeft. Hij laat zijn handel zien, bijna honderd dubbele.
Als ik de winkel in loop, denk ik aan de jaren dat ik zelf voetbalplaatjes spaarde. Ik ben van de Panini-generatie en heb mijn hele jeugd gespaard en geplakt. Het lege plakboek was gratis, vijf plaatjes per zakje voor vijfendertig cent. Nog steeds ken ik de tafel van 35 uit mijn hoofd.
Voor een kleine beloning bracht ik als tienjarige lege flessen weg voor mijn oma. Meestal nam ik van huis een stuiver mee. Als ik dan een gulden kreeg, kon ik er precies drie pakjes voor kopen.
Alles aan die pakjes was magie. Je dacht te kunnen voelen dat er een zilverkleurig embleemplaatje in zat, met het logo van een voetbalclub. Die waren dikker en minder buigzaam. Als ze eenmaal waren ingeplakt kon je uren ledig zijn met bladeren en het uit je hoofd leren van info over de spelers. Ron Jans was in 1983 een talentvolle linkerspits die werd geselecteerd voor de UEFA-jeugd en Jong Oranje. De piepjonge Mark (!) van Basten was als zeer talentvolle spitsspeler ‘weggeplukt’ bij Elinkwijk en Ruud Gullit was ‘overal inzetbaar, doch komt het best tot zijn recht op het middenveld’.
Ruilen was minstens zo belangrijk als sparen. Je favoriete club moest het eerst compleet zijn en daarna kwam de rest. Voor Johnny Oude Wesselink had ik heel Ajax over en Michel Boerebach heb ik helaas nooit gevonden.
Met drie pakjes meld ik me bij de uitgelaten jongens. Uit het eerste pakje komt Klaas-Jan Huntelaar tevoorschijn. Dat blijkt de graal te zijn. Ik ruil ‘m met de rustigste van het stel tegen Gabril Sankoh. Iedereen is er stil van.
Als ik wegfiets hoor ik de grote tegen de rustige zeggen dat het een supergoeie ruil is, gevolgd door een opgewekt ‘Hé mevrouw, ga jij boodschappen doen?’

Plaats een reactie