Geen categorie

Loftrompet

Het was heel gezellig, afgelopen weekend op het feestje in Amsterdam. De gesprekken waren geanimeerd en gingen over het laatste nieuws, muziek en theater, totdat iemand, die ik alleen van gezicht kende, me aanstootte en vroeg: jij komt toch uit Groningen? Mijn jazeker beantwoordde hij met een spontane lofrede op ‘die prachtige stad, waar alles tenminste nog normaal is en niet zo hysterisch als hier’. Omstanders haakten gretig in en roemden de ongedwongen sfeer, de gemoedelijkheid en gaven een opvallend positieve draai aan het vooroordeel dat Groningers stug zouden zijn. Die zogenaamde stugheid zorgde er volgens één van de loftrompettisten voor dat de Groninger oprechter was. Al dat drukke gedoe in de Randstad heeft zo weinig om het lijf, ze overschreeuwen elkaar en zijn vooral met zichzelf bezig, beaamde een ander. Iedereen schudde hevig van ja. Een derde mengde zich in het gesprek en vertelde dat hij had gelezen dat als Randstedelingen zich voorstellen, ze alleen hun eigen naam horen en niet die van degene die ze de hand schudden. Zo in zichzelf gekeerd zijn ze daar. En dan zouden de Groningers stug zijn? Dat is allang achterhaald. Daar hoefde ik me niet meer druk over te maken.
Ik stond er een beetje bij, mij werd eigenlijk helemaal niets gevraagd, en luisterde hoe het groepje doorging met bewieroken. Natuurlijk werden de openingstijden van de kroegen genoemd, want die zijn top, en ook de sfeer op straat schijnt een verademing te zijn in de ogen van anderen. En toen kwam Noorderzon ter sprake, want wat de man die ik alleen van gezicht kende en zijn vriendin daar hadden meegemaakt, was onvoorstelbaar. Hij keek de overigen indringend aan. ‘Echt ón-voor-stel-baar’.
Alleen maar blije mensen, geen gedrang, geen gesnob en je kreeg je bier in een glas. In een glas, gilde hij, gewoon op straat! Het was duidelijk, deze man had nog nooit zoiets meegemaakt.
Is het bij jullie altijd zo, vroeg één van de bijstaanders, die zijn wenkbrauwen van verbazing tot tegen zijn haarlijn had opgetrokken. Ja eigenlijk wel, antwoordde ik, want het is niet alleen lekkerder, maar ook beter voor het milieu. Glas is duurzamer hè. Tss, siste het groepje, dat dat nog kan tegenwoordig. Heel onnederlands eigenlijk. Gepaaid door alle veren, haalde ik nonchalant mijn schouders op. Ach, het heeft natuurlijk gewoon met beschaving te maken, zei ik. En daar was iedereen het roerend mee eens.
Die avond proostte de gelukkige Groninger op zijn stad.

Plaats een reactie