Geen categorie

Met alle respect hoor, maar….

Vroeger, ruim voordat de nazi’s er waren, had je heel goede strips. IJzersterke verhalen over kruistochten, oorlogen op zee en heroïsche veldslagen waar je zelfs tegenwoordig nog u tegen zegt. In de Tweede Wereldoorlog waren de strips nog steeds prima. Er zat iets meer verhaal achter de moordpartijen maar het was wel verdomd goed getekend. Vanaf de jaren zestig werd het er alleen maar beter op. Veel seks, veel slachtingen en veel sensatie. Prachtig.

Wie ooit een Durango of Bouncer heeft gelezen, weet waar ik het over heb. Strips zoals strips horen te zijn. Lekker knallen, leegbloedende dooien, een gast die met z’n blote handen iemands nek breekt; heerlijk leesvoer om de zinnen te verzetten en stoom af te blazen.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Maar juist als je ze het minst verwacht, komen er ineens van die sentimentele, sinistere zakkenwassers op de proppen met de graphic novel en wordt onze prachtstrip te grabbel gegooid. Letterlijk uit het hoekje gedrukt: in de boekhandel kom je geen fatsoenlijke strip meer tegen. In plaats van schietende rovers, bloeddorstige indianen en nietsontziende robotmannen staat de ‘graphic novel corner’ tegenwoordig vol met verhalen over karakterloze, twijfelzieke pubers die nadenken over de opwarming van de aarde, hun demente oma, het al dan niet hebben van kanker of -nota bene- hoe we met elkaar omgaan. “Naast mij woont Zahra, zij komt uit Marokko en in deze graphic novel leg ik uit hoe dat is”. En dan blijkt uiteindelijk dat het “heel normaal” is. Wie zit daar in fuck’s naam op te wachten? Jankerige kutverhalen zijn het, die graphic novels.

Ik weet niet of u ondertussen de pointe al heeft opgepikt, maar ik denk dat we deze volkomen overbodige en stupide marketingtool zo snel mogelijk de nek moeten omdraaien en terugkeren naar de basis, naar de heroïsche beeldverhalen, spannende schietstrips, Germaanse legendes en weet ik het allemaal. Maar in ieder geval: weg met die softe truttigheid. Daar hebben we niks aan. Sterker nog, we hebben die zooi nooit echt nodig gehad. In 1977 stond er echt niet een striplezer op die zich al zijn hele leven incompleet voelde omdat hij naast strips graag eens een grafische novelle las. Ik zeg 1977, maar het had elk jaar kunnen zijn. Jaren waarin we gelukkig waren met de strips die we hadden.

Weet u wat het is? Die zogenaamde stripuitgevers denken tegenwoordig alleen nog maar aan de elite. Zij zeggen: hier is de graphic novel, dit is wat het publiek wil. Compleet gelul natuurlijk, want mij hebben ze nog nooit wat gevraagd. Maar die achterlijke shit wordt me vervolgens wel in de maag gesplitst. Waar kom je tegenwoordig de nieuwe Rik Ringers nog tegen? Denk je dat die ingepalmde boekhandelketens nog plek hebben voor Blueberry en Blacksad? Tuurlijk niet, alle plek is voor autobiografische pulp van gewone mensen die denken dat anderen zitten te wachten op hun tenenkrommende jeugdzondes en vulgaire biechtpraatjes. “Op de middelbare school duwde ik mijn kruis altijd tegen de punt van de werkbank als we practicum hadden.” Nou en? Ik noem mijn lul Martijn Krabbé, maar dat betekent niet dat ik daar een strip over moet maken.

En dan sta je in de winkel met een crappy novel in je hand, en je vraagt aan de mevrouw van de boekhandel: “wat is dit voor een boek?” En vervolgens antwoordt zij: “het is een graphic novel waarin door middel van tekeningen een absurd universum wordt gecreëerd, waarbij de lezer niets anders kan doen dan zich eraan over te geven. Het is eigenzinnig, geestig en indringend.”
Gatverdamme. Wolverine zou er wel raad mee weten.

Plaats een reactie