Geen categorie

Sandwichpret

Het gaat slecht met de wereld en dus is het in Nederland ook niet meer zo leuk. Honderden, nee duizenden mensen verliezen hun baan, de hand gaat op de knip en iedereen heeft wel iets te klagen. Alles wordt onbetaalbaar, de gezichten staan somber en wie het weet, mag het zeggen. Zullen we ooit nog kleren kopen die niet afgeprijsd zijn? Komt er ooit nog een Elfstedentocht als de chrysanten al op tweede kerstdag in volle bloei staan? Dient er zich ooit nog een alternatief aan voor wat-dan-ook?
Gelukkig heeft alles een keerzijde. Hoe slecht het ook gaat, er staat altijd wel iets goeds tegenover. Het kan nooit alleen slecht gaan, of alleen goed, zoals twee jaar geleden. Een voorbeeld. De vaderlandse horeca staat er tegenwoordig uitermate beroerd voor, maar wat wordt gelukkig het hardst getroffen? Jazeker, de trendy loungebar. Bij mij in de buurt zit er ook een: Breakerz, the all-flavored high-natural feel-pure-foodcorner. Zo’n kaal hol in soft-focus met zachte sambamuzak en grote abstracte zwart-witfoto’s van -volgens mij- witlof aan de muur. Vreselijk.
Bij Breakerz eet je je broodje -wat daar een ciabattina, clubsandwich of sesambagel heet- voornamelijk hangend. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe trendy dat is! Omdat het gedeelte van de rugleuning tot het einde van het zitgedeelte altijd langer is dan je bovenbenen, loungen mensen doorgaans schuin, met een zij in de leuning geduwd en een opgetrokken been. Zo keuvelt het trendy publiek zich, als een stelletje moslims, het eetmoment door.
Bij Breakerz staat op alle tafels een ranke vaas met een stengel erin. Het lijken lange croutonstaven, heel hip. Vind je ’t niks, dan hoor je d’r gewoon niet thuis, en laat ik je één ding zeggen: de trendy people die vaak in Breakerz komen, willen het liefst dat we wegblijven uit hún place to be, omdat het ten koste gaat van de relaxte sfeer. Vandaar die stengels. En dan zeg ik ‘mensen’ maar ik bedoel het trendy publiek én het personeel. Want dat kan er ook wat van, van discrimineren. Omdat ik me niet kleed volgens de laatste infantiele kleurenclash, word ik gezien als een oen die geholpen moet worden. Krijg je dingen als ‘Joh, als ik je een tip mag geven: de tricolorabattina con noce met vijgenham en zongedroogde tomaatjes is helemaal wappie, daar krijgen we erg veel complimentjes voor!’ ‘Van wie?’ vroeg ik terwijl ik opvallend de lege zaak inspecteerde. ‘Van de luitjes die hier komen loungen natuurlijk.’ Daarbij maakte hij het kelige g-geluidje en wapperde vanuit de pols een handgebaartje in mijn richting.
Heerlijk toch, dat uitgerekend dát soort tenten met dát soort types nu massaal de deuren sluiten? Ik verheug me al op het moment dat ik de winkelbediende van Breakerz een uitzendbureau zie uitlopen. Ik zou ‘m zeggen dat hij zijn kekke gymschoentjes beter kan inruilen voor stevige stappers, als hij platsoenen gaat schoffelen. Er moet altijd ruimte zijn voor een goede tip, vind ik. Overigens zou ik er niet gek van opkijken als ik regelmatig besluit de benen te strekken; een fikse wandeling door het platsoen om te zien hoe lekker hij harkt voor een uurloon dat even hoog is als de prijs van een clubsandwich Breeze, hét succesnummer van weleer met zeekraal en tonijntapenade.
Je ziet dat trendvolk zelfs op televisie! Dan staat daar zo’n Puck of Mickey, of hoe dat soort drugsgebruikers ook mag heten, een beetje te babbelen over nieuwe trends die het hoe-dan-ook helemaal gaan worden. Ze zeggen dingen als: “Nou kijk, we zien dus dat er in Miami en L.A. een hele scéne aan het opkomen is, waar het dus duidelijk niet gaat om een overexposure, maar meer terug-naar-de-essentie. Meer is niet nodig, begrijp je? Dus grote witte seats en een heel neutrale appeal naar de mensen. Want die mensen, die willen even een stapje terug doen uit de gehaaste maatschappij. Er is zoveel hurry. Nou, en daar spelen wij dus op in met dit totaalconcept. Mensen zijn het andere een beetje zat, begrijp je?” Nee, trendbox met je vieze Engelse woordjes, daar begrijp ik geen reet van. De enige keer dat ik jou nog op televisie wil terugzien, is kaalgeschoren en aangeslagen. En je zál het zeggen: “Nou kijk, ik dacht dus dat ik iedereen voor de gek kon houden, maar uiteindelijk ben ik ontmaskerd. Puurheid zit niet in een witte bank en een exotisch broodje. Alles is bedacht.”
Kortom, het gaat slecht in de wereld, maar dat geeft niet. We verlossen ons daardoor van het lege. Het leert ons dat we geen geld nodig hebben om tof te zijn. Het laat ons zien dat de ware liefde tussen mensen begint bij het vriendelijk groeten op straat. Het verschaft ons het inzicht dat het woord lounge niet voor niets een frappante overeenkomst vertoond met het woord leugen. Het zegt ons: recht je rug en merk dat een bejaarde geen rollator nodig heeft als we hem of haar ondersteunen op onze wandeling door het plantsoen. En ja, het duurt misschien wel wat langer dan we gewend zijn, maar dat is geen punt. We kunnen even goed wennen aan iets anders. Die arrogante loungecafés, als ernstigste uitwas van alles wat niet deugt, hebben ons ervan weerhouden het mooie in de medemens te zien. Wie dat nu nóg niet inziet, is niet goed snik.

Plaats een reactie