Geen categorie

Vrijheid is er voor iedereen

Het is april en dan kun je de klok erop gelijk zetten. Met nog een kleine maand te gaan, worden we weer klaargestoomd om stil te staan bij de vrijheid. Bij onze eigen vrijheid welteverstaan. Dat gebeurt traditiegetrouw met spotjes op televisie, een lespakket voor kinderen, tientallen boeken over vervolging, verzet en verraad, extra veel bejaarden in de media en natuurlijk een enquete die ons leert dat we ontzettend blij zijn met onze zwaarbevochten verworvenheid.
Afgelopen donderdag stond in dat kader de vrijheidstrein in Groningen. De witte themawagon met afbeeldingen van juichende mensen naast de schuifdeuren reed niet, maar stond stil. Je raadt het al, hij stond stil bij de vrijheid. Niet echt natuurlijk, want de trein ging gewoon naar Assen, maar het zijn juist dit soort vergezochte woordspelingen die de mensen bewust moet maken van onze vrijheid, die we te danken hebben aan de geallieerden.
In de trein spraken prominenten of deskundigen met twintig of vijftig studenten, dat werd niet helemaal duidelijk in de berichtgeving, over zaken die ons raken zoals de vrijheid van meningsuiting en die van godsdienst. Niet dat de Tweede Wereldoorlog daar direct iets mee te maken heeft, maar de mensen van Nationaal Comité 4 en 5 mei houden de gespreksstof graag zo breed mogelijk om via via toch in de jaren veertig uit te kunnen komen. De studenten in de trein kwamen allemaal uit Groningen en studeerden van alles. Logisch, want “in iedere studie dienen zich immers vrijheidsvraagstukken aan”.
Natuurlijk was er een thema, ‘Voorwaarden voor vrijheid wereldwijd’, en werden er serieuze vragen gesteld, zoals ‘kunnen wij anderen vrijheid opleggen?’ De spagaat tussen toen en nu werd in het artikel aldus verwoord: anderen de vrijheid opleggen klinkt tegenstrijdig, maar als de geallieerden niet hadden ingegrepen hadden wij nu misschien niet zo kunnen genieten van onze vrijheid. Als je dat vertaalt naar de moslimgemeenschap waarin vrouwen worden gedwongen gesluierd over straat te gaan, dan moet je toch toegeven dat dat een vorm van vrijheid is die je iedereen moet gunnen, zo konden we in de krant lezen. Kort gezegd, de geallieerden hebben gestreden voor de hoofddoek. Toe maar.
Het heeft altijd iets sneus, ons gebabbel over vrijheid in de aanloop naar 4 en 5 mei. En ergens vind ik het ook niet netjes. Als ik aan vrijheid denk, dan denk ik aan de Birmese Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi, opgejaagde bloggers in Egypte en Iran en de Palestijnen; aan de mensen voor wie vrijheid geen vanzelfsprekendheid is. Vergelijk het met voedsel: wij vieren toch ook niet dat wij genoeg te eten hebben en anderen niet? Waarom steken wij ze dan wel de ogen uit met onze vrijheid? Zouden we niet beter onze energie stoppen in hulp aan hen die naar vrijheid snakken?
Dat zijn de vragen waar we nooit aan toekomen, omdat wij de vrijheid het liefst voor onszelf houden. We schuifelen van A naar B, leggen een krans, beklagen ons dat de herdenking niet meer leeft onder jongeren, en de dag erna luisteren we naar Guus Meeuwis of een andere ambassadeur voor de vrede, drinken festivalbier in het Stadspark en dragen allemaal een vrijheidspetje van één of andere geëngageerde multinational die de boel sponsort. En als een ingevlogen Top 40-artiest ons vanaf het techno- of urbanpodium vraagt om de handen in de lucht te steken voor de vrede, dan doen we dat massaal, like we just don’t care.

Plaats een reactie