Geen categorie

Wij de bewoners

Niets was aan het toeval overgelaten. We hadden allemaal een sjieke brief gekregen van het architectenbureau met de aankondiging van een informatieavond over de verbouwing van onze appartementen. Als we de computerplaatjes moesten geloven kregen we een dubbele rij bomen pal voor de flat en een nieuwe entree aan wat nu nog de achterkant is. Dat zal wennen zijn. Er is daar niet eens een fietspad of iets. Hoe ze dat willen gaan doen, is me niet helemaal duidelijk, maar voor dat soort vragen lijkt me die informatieavond bedoeld.
Wij de bewoners mogen meedenken met de architecten en projectontwikkelaars, en dus worden we aangespoord om vooral met goede suggesties te komen. Ik durf nu al te verwedden dat onze ideeën hartelijk in ontvangst worden genomen. Daar zijn ze doorgaans heel eerlijk in.
In de brief zat ook een keurige uitnodiging, op mooi, dik karton. We werden verwacht in de grote zaal van Hotel Stuyvenburg aan het Oranje Nassaupark. Sjiek en duur, om kort te gaan. We hadden er allemaal best zin in. In ieder geval gonsde het van de spanning op onze gallerij toen we de uitnodiging kregen.
In de krant stond dat er verbouwd ging worden in het kader van een wijkvernieuwingsproject. De bedoeling was dat er niets werd afgebroken of bijgebouwd, maar dat de bestaande gebouwen een make-over zouden krijgen. Onze flat vanzelfsprekend ook, want die was toch behoorlijk sfeerbepalend voor de buurt, met z’n massieve en logge bouw van weet-ik-hoe-lang geleden. De buitenkant zou worden gemoderniseerd, de indeling van de kamers ruimtelijker en lichter en de benedenverdieping, waar nu nog de kelderboxen zitten, zou volkomen worden omgegooid: multifunctioneler en veel meer gericht op de bewoner, zoals dat heet. Hoe dan ook, als het eindresultaat net zo mooi zou worden als de fraaie woorden van de architect en de projectontwikkelaar, dan hadden we niets te vrezen. Sterker, ik kijk er naar uit.

Als we donderdag in de vroege avond in onze nette plunje de statige trappen van Hotel Stuyvenburg betreden, lopen we recht op de bewegwijzering af. Met een stuk of tien naast elkaar geplaatste grote plastic pijlborden wordt ons de route verklaard. De borden zijn zo groot dat ze het ons vrijwel onmogelijk maken een verkeerde afslag te nemen. Ze blokkeren alle overige doorgangen. Onbekenden zullen vast denken dat de club van bijzienden een avondje heeft gepland. Tuurlijk, we zijn de jongsten niet en van sommigen van ons zijn de ogen niet meer al te best, maar dat hoeft ons niet manshoog te worden ingepeperd. Kniesorenvoer natuurlijk, want ze doen hun best, maar toch.
We zijn niet een van de eersten, want in de gauwigheid zie ik bijna iedereen al aan de statafels met koffie leunen. Hier en daar worden we begroet, om ons heen wordt er druk maar op beschaafde toon gebabbeld. Men is een beetje gespannen. Het is de combinatie van de statigheid van het gebouw en de uitgelatenheid die hoort bij het wachten op een verrassing of een nieuwtje. In nerveuze afwachting van Sinterklaas in het paleis van koningin Beatrix, zo ongeveer.
Ik hoop toch niet dat het een staande informatieavond wordt, want er zijn genoeg buurtjes die het aan de gewrichten hebben. Gelukkig worden we, net als ik mijn eerste slokje koffie neem, genood naar een zaaltje aan het einde van de gang. De man die ons de weg wijst, doet dat met grootse gebaren en praat duidelijk en hard, tegen het onbetamelijke aan. Ik vermoed dat hij denkt dat er in onze flat alleen gehoorgestoorden wonen. Dat had de bewonersvereniging wel even van tevoren kunnen communiceren, vind ik.
Het zaaltje ziet er feestelijk uit. Er hangt een groot wit scherm in het midden en naast het scherm staat een lange tafel, met daarachter vier keurige mensen. Drie van hun hebben een smalle bril met donker montuur. Twee dragen een coltrui onder hun colbert en eentje is kaal en zonnebankbruin, waardoor hij wegvalt tegen de crèmekleurige muur achter hem.
Ze hebben alle vier de handen gevouwen op tafel liggen, alsof de juf net is binnengekomen en ze even daarvoor nog aan het donderstralen waren. Ze kijken vriendelijk, al ziet dat er ingesleten uit, en knikken naar de bewoners die op de voorste stoelen gaan zitten. Als eindelijk iedereen zit, er wordt nog wat geschuifeld en geschoven met stoelen, neemt de kale man het woord. Hij stelt zich voor als een projectontwikkelaar, niet de projectontwikkelaar, en zegt dat met zoveel nadruk dat het lijkt alsof hij over een tijdje niet wil worden aangesproken op fouten of gederfd woongenot. Slimme rakker, het zou me niets verbazen als hij is ingehuurd om de kastanjes uit het vuur te halen. Misschien is het een acteur en helemaal geen manager. Dat zou zijn clichématige uitstraling en voorkomen gelijk verklaren.
Daarover gesproken, ik zit achter de clichémannetjes van de flat, de heren Koopman, Dekkers en Van Leeuwen, het onafscheidelijke trio alleenstaande 65-plussers. Gedrieën in hetzelfde jaar weduwnaar geworden en daardoor sindsdien elkaars steun en toeverlaat. Zo hebben ze allemaal dezelfde combimagnetron. Dekkers heeft zijn werkzame leven gesleten in het witgoed en heeft daarmee kennis van zaken, die de overige twee, een treinmachinist en een postbesteller, ontberen. Wordt de melk niet binnen twintig seconden warm, dan is een telefoontje naar Dekkers voldoende. Zo sleept het drietal zich door het late leven. Iedere dag sjokken ze om half een, na de boterham, op weg naar café Bolsius, waar ze de rest van de middag een keutje leggen en afsluiten met een borrel. Om kwart over vijf komen ze dan weer via het parkje teruggewandeld en verdwijnen ze onder me uit het zicht.
Nog eens tien minuten later hoor ik de deur van bovenbuurman Van Leeuwen in het slot vallen. Dag in, dag uit, behalve op zondag als ze om kwart voor twee op weg gaan naar de voetbalvelden en pas na zessen thuiskomen.
Dekkers is de wat rustigere, Koopman en Van Leeuwen hebben altijd het hoogste woord. Zo is het al jaren en dus ook vanavond. Alsof ze twee borreltjes teveel hebben gedronken, zo hard praten ze. Ze hebben het over opzetjes die steevast eindigen met dreigementen en dwarsliggingen. Ze peperen elkaar allerlei teksten in alsof ze erop hebben geoefend. Waar het op neerkomt is dat ze vanavond een biljartruimte in de flat gaan eisen. Ik hoop niet dat ze balorig worden, want als je die projectontwikkelaars op avonden als deze tegen je in het harnas jaagt, dan heb je daar maanden later nog last van. Helemaal met zo’n ingrijpende verbouwing voor de deur.
De kale man die voor ons staat en zijn handen nog steeds als een voorganger gevouwen heeft, vat om te beginnen de plannen samen, zoals wij die kennen uit de krant. De wijk gaat op de schop, er komt een infrastructurele aanpassing die meer van deze tijd is, alsof er op de huidige weg alleen maar paardenkarren kunnen rijden, en onze flat wordt volledig gemoderniseerd. Nieuwe gevel, raamwerk, indeling, alles wordt nieuw en beter. Voor het eerst laat zijn ene hand de andere los, om onze extra aandacht te vragen: het wijsvingertje gaat omhoog. Allemaal mooie plannen, zegt de kale man, maar er moeten ook offers worden gedaan. Het is even stil. De helft van ons heeft volgens mij niet door dat het iets is wat wij moeten doen of laten. Dan vervolgt de kale zijn opgewekte verhaal. Om het mogelijk te maken de boel grondig te kunnen verbouwen, moeten de bewoners gefaseerd uit hun huizen om plaats te maken voor betonmolens, kunststof kozijnen en werklui.
Een paar van ons knorren. Overlast, ook dat nog. Maar als we vervolgens een verhaal horen over de opschorting van de huur voor de periode van de verbouwing, is zelfs de grootste cynicus op de knieën. In dit geval meneer Van Bree, zoals altijd.
Er wordt nog even verder gezwateld over de randvoorwaarden en dan is het tijd voor de koffie. In het tweede gedeelte van de avond mogen wij, de bewoners, onze wensen en ideeën kenbaar maken. Zelf heb ik drie cases voorbereid. Ik had er een powerpointpresentatie bij willen maken, maar dat was volgens de organisatoren niet haalbaar qua faciliteiten. Op zich jammer, maar mijn plannen staan als een huis, dus ik kan het ook wel in een presentatie gieten. No problemo.
Ik wil een kassencomplex op het dak, zodat er verse groenten kunnen worden gekweekt door de bewoners. Op het dak heb je tenslotte het meeste zonlicht. We zouden beneden een groentewinkeltje kunnen openen waar ook buurtbewoners hun verse waar kunnen kopen. Uiteindelijk zou het complex zichzelf kunnen bedruipen en bevordert het winkeltje het contact in de buurt. Een drievoudige winwin-situatie. Mijn tweede plan is even geniaal als verantwoord: een ondergrondse composthoop waarop alle appartementen zijn aangesloten via een buizensysteem. Heb je koffieprut of het loof van bijvoorbeeld wortels, dan kun je die in je keuken zo in de buis deponeren. Een druk op de knop en het wordt naar beneden gezogen. De compost kan vervolgens worden gebruikt om de groenvoorziening in de wijk te bemesten. Afvalscheiding op basisniveau met een ecologische uitstraling naar de buurt; dat nog nooit iemand dat heeft bedacht is me een raadsel. Mijn derde plan gaat over een leeszaal op de benedenverdieping, zodat er niet meer voor iedere deur een huis-aan-huisblad hoeft te worden verspreid, maar slechts een paar voor in de leeszaal, waar men gezamenlijk de kranten en reclamefolders kan inzien, al dan niet onder het genot van een kopje koffie. Die wordt bij toerbeurt gezet en opgediend door bewoners, die zo allemaal een stukje verantwoordelijkheid krijgen voor het welslagen van het leeszaalgebeuren. ’s Avonds kunnen er bijvoorbeeld dia-avonden of lezingen worden georganiseerd, waar de buurt ook bij aanwezig kan zijn. Alles om de saamhorigheid tussen bewoners en buurt te bevorderen. Daar verwacht ik serieus veel van.

De koffie is op en de bewoners worden weer naar het zaaltje gedirigeerd. Ik heb nummer twee gekregen, er zijn in totaal acht mensen met een idee voor de projectontwikkelaar. Voor mij is mevrouw Van ’t Hof, die het duidelijk niet begrepen heeft. Zij wil haar aangepaste toilet behouden. De kale man met bril legt haar geduldig uit dat haar toilet niet vervangen wordt en maakt van de gelegenheid gebruik om ook de overigen op het hart te drukken dat de aangepaste zaken, zoals steunbalken, leunstangen en opzitverhogingen niet worden verwijderd of vernieuwd. Dan ben ik eindelijk aan de beurt. Ik sta op en begin mijn betoog over het kassencomplex. Drie minuten later heb ik iedereen ingepakt met mijn heldere uiteenzetting. De zaal is er stil van. De gespreksleider en de mensen achter de tafel kijken strak voor zich uit, alsof ik nog aan het praten ben, en wisselen snel enkele blikken uit. Na een knikje in de richting van meneer twee aan de tafel, begint deze te vertellen over de onhaalbaarheid van het idee. Zomaar, out of the blue. Niks geen onderzoek of iets. Volgens meneer zou het te gevaarlijk zijn en te duur zijn. Lekkage, harde wind, brand, bla bla bla. Maar, zo voegt deze hansworst er aan toe, het idee spreekt hem wel aan. De overigen knikken en brilleman wil verder met nummer drie van de lijst, maar ik sta nog en dus is het een koud kunstje om hem even terecht te wijzen: ik heb immers nog twee voorstellen. Na een korte aarzeling – is er in de brief een limiet genoemd voor het aantal ideeën? – mag ik mijn compostkokerverhaal uit de doeken doen. Als dank voor wat ze een leuk plannetje noemen, krijg ik opnieuw te horen dat het niet haalbaar is binnen het bestek van deze verbouwing. Hadden ze dan niet wat specifieker kunnen zijn in hun brief? Als het gaat om de kleur van het behang in de kelder, had ik net zo goed thuis kunnen blijven. Mijn derde verhaal heeft nog het meeste potentie, als ik de reacties mag geloven, maar van een lees- en diazaal kan geen sprake zijn omdat er uit onderzoek is gebleken dat dergelijke ruimten vrijwel nooit gebruikt worden door bewoners. Kortom, al mijn tijd, toewijding en energie is voor niets geweest. Die hele meedenktoestand is gewoon een wassen neus, een douceurtje voor niets. En ik ben er weer ingetrapt. Bah.
Ik ga weer zitten en moet aanhoren hoe mevrouw Tillema een kulverhaal afsteekt over haar parkieten. Mijn vrouw maakt het volgens mij allang niet meer mee, want ze is de hele avond al stil. Ik stoot haar zachtjes aan en knik mijn hoofd richting de deur. Omdat we aan de zijkant van de zaal zitten, kunnen we redelijk onopgemerkt de bijeenkomst verlaten. Ik heb mijn zegje gedaan en het heeft niets opgeleverd, dus uitzitten is nergens voor nodig. Wat een stuitende schaamvertoning.

Dat was bijna een jaar geleden. Alles is natuurlijk weer tot normale proporties teruggezakt en ik heb er nadien nog een weekje om zitten mokken, zegt mijn vrouw, maar nu moet ik toch eerlijk bekennen dat ze er iets prachtigs van hebben gemaakt. Sterker nog, ik ben bijzonder trots op onze prachtflat, want niet alleen van de buitenkant ziet hij er als nieuw uit, ook binnen zijn de verbeteringen allemaal positief uitgevallen. En ere wie ere toekomt: de verbouwing ging vrijwel geruisloos en van overlast was eigenlijk nauwelijks sprake. Het totaalplaatje is zoals ze het ons destijds hadden voorgehouden. De appartementen zijn lichter, de gangen lijken breder en de benedenverdieping is ronduit schitterend, ook van buitenaf. De entree is prachtig, met ruime schuifdeuren in het midden en met links de biljartruimte.

Plaats een reactie